Kaapstad
top Maandag 25 January ’97
Dinsdagmorgen om 4 uur stonden we op om te zien of er land in zicht was en jawel daar vertoonde zich de Tafelberg in zijn volle majesteit reeds voor onze blikken. Deze is een oneindig hooge berg, die bij helder weer reeds een uur of 5 a 6 van te voren uit zee gezien kon worden. Zijn top is geheel plat, waardoor hij de naam Tafelberg gekregen heeft. Om ongeveer half 6 liet de Norman zijn anker vallen, nadat eerst de doctor van Kaapstad aan boord was geweest om te onderzoeken of alles wel aan boord was. Natuurlijk de verklaring van de scheepsdoctor was voldoende. We bleven toen op het dek omdat daar een zeer groote drukte heerschte. In een ogenblik had zich het bericht verspreid en waren er in een oogenblik ontelbare cabs, rijtuigen enz. aan de boot. Ook kwamen er met wagens aanzetten duizenden Zwartjes, die gebruikt werden met het vervoeren van goederen naar de douanebureaux, het afhalen v/d mail die misschien wel uit duizend zakken bestond, enz. En dan het gezicht van die Kaffers. U kunt begrijpen dat wij onze oogen uitkeken. Tusschen haakjes, nu ben ik reeds aan de zwarte koppen met hun wollig haar, witte tanden en glanzende oogen gewend en let ik niet meer op ze. Bijna iedereen hier heeft zwartjes als huisknechten, enz. Om half 9 stapten H. en ik na van alle luidjes afscheid genomen te hebben en na de bedienden de noodige fooi gegeven te hebben, wat mij 8/ gekost heeft, van boord en gingen eerst zien of ons goed bij elkander was. Nu stapten we op goed geluk af de stad maar in. Kaapstad is een zeer groote havenstad en we zagen schepen van bijna elk land, zoowel uit Europa als uit den geheelen wereld. Zonder dat we het wisten waren we het douanekantoor genaderd. Dit kantoor ligt zodanig dat niemand de stad kan binnenkomen zonder het kantoor te passeeren. We werden daar dan ook binnen geroepen en werd alles wat we bij ons hadden geinspecteerd. Het overige goed bleef in het douanekantoor staan.
Het eerste waar we van daar heengingen was het Poolsche koffiehuis, daar we afgesproken hadden met een paar Engelschen om ons daar te ontmoeten. We gebruikten er een glas spuitwater, daar het dien dag allerverschrikkelijkst heet was, (het was er 100 graden) en gingen daarna op marsch naar E. de consul, waar we o.a. inlichtingen over de spoorreis kregen en 6 pond voorschot.
We bezichtigden verder de stad, parlementsgebouw, hetgeen zeer mooi van buiten uitziet en het post en telegraafkantoor, waarna we de tram pakten en naar buiten gingen rijden.
De trams in Kaapstad zijn zeer mooi, het zijn n.l. electrische met bovengrondsche geleiding. De trams bestaan uit twee verdiepingen. Niet dat het eenvoudig trams zijn waar men bovenop kan zitten, doch neen de eerste verdieping is zooals in Amsterdam de dichte trams en de 2 de verdieping is zoals in A. de open trams. We reden nu een zeer groote weg met die tram, bovenop natuurlijk, en kregen een zeer prettige indruk van Kaapstad. Alles ziet er mooi uit, de mooiste bloemen en groen. De huizen bestaan uit éen of twee verdiepingen. Om elke verdieping is om het huis een omgang. Natuurlijk alles zoo frisch mogelijk gebouwd. Langs de wegen lette ik op o.a. laurierboomen en dacht ik bij mezelven, moeder moet een boel geld voor een paar laurierblaadjes betalen en hier is volop voor niemendal.
Om 3 uur zorgden we dat we aan het douanekantoor waren en het duurde niet lang tot de consul kwam. Na met groote moeite onze koffers bij elkaar gezocht te hebben, haalde E. de consul een hem bekende douanebeambte waarvoor we de koffer niet behoefden open te maken en zette hij overal maar gauw het merk op. Daar er verschillende Hollanders waren, die 3de klasse gereisd hadden duurde het bij elkander toch nog lang voordat alles in orde was. Daarna moest het goed gewogen worden en naar Pretoria gestuurd. Daar wij wachten moesten totdat E. met allemaal klaar was, omdat we nog spoorkaartjes van hem krijgen moesten, was het zeer laat geworden en waren we door de hitte, die daar heerschte en de drukte die we gehad hadden vreeselijk vermoeid. Het was dan ook 6 uur toen we het douanekantoor verlieten
Treinreis naar Pretoria / Johannesburg

——stapten we om half negen naar den trein, die om negen uur zou vertrekken. We gingen met ons drietjes in dezelfde coupé zitten en in die diezelfde wagen waren nog verschillende Hollanders gezeten en maakten wij ons natuurlijk bekend en behandelden elkaar zeer vriendschappelijk. Het waren n.l. de lui die ook aan het spoor komen.
De spoorwagons zijn op de wijze zooals die naar Vlissingen, n.l. Harmonica—wagens, in elke coupé kan men 6 bedden uitslaan, aan elke kant 3 boven elkaar. We waren met ons vijven in de coupé en bleef er dus een slaapgelegenheid onbezet, waar we onze handbagage op neerlegden. De eerste avond ging nogal prettig voorbij en legden we ons ong. 11 uur ter ruste, doch van slapen kwam niet veel, daar we geen bedden gehuurd hadden. We stonden Woensdagmorgen om 5 uur op en maakten de wagon weer gewoon. Om 6 uur kwamen we aan een station, waar de trein ongeveer een half uur stil hield. Hier gingen de meeste lui breakfasten doch wij, H en ik, behielpen ons met een stuk brood te koopen, dat zoo hard was dat het zeker 3 a 4 dagen oud leek en waarvoor wij een shilling moesten betalen.
We dronken daar aan het station een glas limonade en zetten de reis voort. Het station waar we tegen lunchtijd arriveerden en waar de trein weer ongeveer een half uur stilhield en de meesten passagiers uitstapten om te lunchen, besteedden wij om ons weer te verzadigen aan het gekochte brood. We hadden een fles wijn, die tante Etje had meedegegeven opengetrokken en namen die voor drinken. Voor dinner maakte ik de bus met ossentong van tante Etje open, die zeer lekker was en behielpen we ons weer met brood, tong en wijn. Zoo ging weer de dag voorbij. Donderdag verliep op dezelfde wijze met dit onderscheid dat we beter brood hadden en in de gelegenheid waren elk een paar fleschjes melk te koopen. Onze reisgenooten hadden zalm, corned beef en kaas gekocht en alles deelden we samen, tenminste de 2de en 3de dag. Van de bus tong hebben we zelf het meeste gehad. We hebben er drie keer over gedaan. Donderdagmiddag kocht Van H. nog een flesch jenever, die hij op tracteerde. Ik voor mij heb er niets van genomen omdat ik niet van drank houd. De luidjes werden hierop vroolijk en zongen en deeden dat de hele trein ervan dreunde.
Vrijdagmorgen kwamen we op de Transvaalsche grens en moesten onze goederen geïnspecteerd worden. Hier had ik kolossaal veel moeite en gedonder, daar ik alles moest losmaken en uitpakken. De eene groote kist moest ik geheel en al losschroeven en zo meer. Ik kwam er goed vanaf, daar ik niets geen duty behoefde te betalen en de sigaren ook doorgingen zonder belasting. Ik gaf de douaneluidjes een sigaar elk.
In Elandsfontein nam ik van H. afscheid en had ik nog ongeveer 2 uur sporen voor ik in Pretoria was. De weg, die wij passeerden is zeer bergachtig. Rondom zie je niets dan bergen zich hemelhoog verheffen en gaat de trein dan eens zeer snel, n.l. als hij van de berg afrijdt en dan weer zeer langzaam als hij er tegenop moet. Hij maakt dan ook de zonderlingste bochten om tusschen de bergen door te komen. De bergen zijn heelemaal van hardsteen en is alles wat men passeert ruw en onbeschaafd. Niets is vruchtbaar. Tusschentijds ziet men wat zwartjes en verder ziet men niets. Onderweg waar de trein ophield hadden we gelegenheid om fruit als witte en blauwe druiven, perziken, appels enz. zeer goedkoop te koopen, wat wij dan ook zeer gretig deden. U kunt denken hoe vermoeid we waren toe ik in Pretoria aankwam, want gedurende de heele reis had ik niet geslapen.
Om ongeveer 1 uur arriveerden we, Van Ham en ik, te Pretoria en lieten onze handbagage in de cloakroom achter. Daar het zeer warm was lieten we ook onze regenjassen achter op aanraden van de ambtenaar in de cloakroom die ons verzekerde dat wij geen regen kregen. Zijn woorden kwamen echter niet uit want nadat we een kwartier in de stad waren barstte er een hevig onweder gepaard met zware regenbuien los
Nadat we nat geregend waren gingen we de jassen halen. Het eerste werk was natuurlijk naar de directie in Pretoria, doch ja er was niemand op kantoor We gingen toen eerst een boterham met eieren eten met een glas limonade en amandelen wat door Pretoria tot we om ongeveer half 3 weer naar de directie gingen. Hier vernam ik dan: Mr. Hijmans U is bij de afdeeling mouvement en handelszaken geplaatst en U moet hedenmiddag om 6 uur naar Johannesburg. U kunt denken hoe zwaar dat op het lijf viel daar ik zeer vermoeid was en blij op de plaats van bestemming te zijn. Ik moest er echter in berusten en voor zoete koek aannemen. Verder bleven ze allen in Pretoria op een na, die ook naar Johannesburg moest. Ik ontmoette die ’s avonds in de trein. Om 9 uur kwam ik in Johannesburg aan en daar ik op aanraden van de directie te Pretoria aan het 2de station was uitgestapt, waar het hoofdkantoor hier in Johannesburg dichtbij was, had ik zeer veel moeite om dien nacht een hotel te krijgen. Het was n.l. daar al pikdonker en de wegen zodanig dat men geheel en al door de modder ging. Ik ging bij 4 á 5 hotel, waar nergens geen plaats was. Wat nu te doen, ik ging maar met de tram naar de City en nam daar het eerste beste hotel dat ik zag n.1 het Heights Hotel en nam daar zijn intrek. Het kost mij 6 shilling slapen met ontbijt en lunch 2 shilling en dan koop ik ‘s avonds nog wat.
Johannesburg
Dagelijks leven
top Zondag 31 Januari 1897
Ik heb tot hedenavond half 10 gewacht met te schrijven in de hoop een brief van U te kunnen beantwoorden doch voor een half uur ben ik naar het postkantoor geweest en is dezelve nog niet gekomen.
Ik kan mij zulks haast niet voorstellen daar de mail Vrijdagmiddag 1 uur al in was. Ik geloof dat ik U Vrijdagmiddag niet zoo een prettige brief geschreven heb daar ik het vreeselijk vervelend vond, ten eerste had ik niemand waar ik tegen spreken kon, tenminste eigen en Hollandsch en ten tweede was ik zeer vermoeid en voelde mij daardoor niet heel prettig. Dit alles is voorbij en denken we nergens anders aan als om zoo pleizierig mogelijk den tijd te passeeren. Trouwens ik kan niet zeggen dat ik mij van de week verveeld heb.
—-en maakte met Lelie kennis die mij dadelijk de grootste gastvrijheid bewees. Hij zeide nu blijf je in ons gezelschap en dan zullen wij je wel weer vroolijk maken. Nu hij heeft er alle eer van gehad. Hij is van mijn leeftijd, is gymnastiekonderwijzer hier en verdient wel 40 to 50 pond maandelijksch.
Met mijne kantoorkameraden heb ik natuurlijk ook al allemaal kennis gemaakt. Ik word tot correspondent opgeleid. Natuurlijk kan ik dat nu nog niet, omdat ik niet genoegzaam met spoorzaken bekend ben.
Mijn werk is (van nu vooreerst alle brieven, die komen en weggezonden worden te lezen, nummergewijs in registers te schrijven en de korte inhoud van elke brief achter het nommer te vermelden. Zoodoende leer ik de verschillende spoorzaken te behandelen.
Op mijn kantoor werken ongeveer 40 bedienden en ik ken de meeste al van hen. Ik kan er natuurlijk nog niets van zeggen. Mijn kantooruren zijn van ’s morgens half 9 tot ‘s middags half 1 en van 2 u tot half 6, dus U merkt dat ik mij niet te hard hoef te vermoeien, daarbij komt nog dat we Zondag den geheelen dag vrij hebben en Zaterdgmiddag gewoonlijk ook. Ik geloof om de 2 maanden moeten we een Zaterdagmiddag werken.
—– bracht de Zondagmiddag door met H. en Lelie en ging naar het gymnastiekgebouw waar Lelie les moest geven en amuseerden wij ons met naar de mooie oefeningen te zien die de lui maakten. Om ongeveer 10 uur gingen we naar huis, gingen wat drinken, buiten zitten en om een uur of 11 naar kooi om den volgenden dag morgen om ong. 6 uur weer op te staan. Ik kan mij zelf niet voorstellen hoe ik er ’s morgens zoo vroeg uitkom. Of de reden hiervan is dat we op de boot gewend waren om 6 uur op te staan of dat het is dat het gezelschap op de kamer ons zoo vroeg roept.
Moe wat denkt U nu wel dat ik onder het gezelschap versta? Hier n.l. behoeft men niet van een soort beestjes vies te zijn, want die ziet men hier in zwermen in de hotels. Het is wel geen fijn praatje in een brief dat ik U dat schrijf maar enfin we zullen maar over de fijnheid heenstappen. Ik heb n.l. den geheelen week vreeselijk last van ons gezelschap gehad en begon het me mies voor de logees te worden, waarom ik dan ook de hotelier verzocht heb zooveel mogelijk de gasten bij ons te verwijderen. Zooveel hij er aan doen kon heeft hij gedaan en zie ik ze niet meer zóó rondmarcheeren. Jet ge weet wel, de beestjes zonder staart. Op een nacht van de week heb ik er wel een stuk of vijf doodgemaakt. Ja hier in Johannesburg kunnen wel wat heldere menschen gebruikt worden, vuilen zijn er genoeg. We zijn hier n.l. in een goed burgerhotel, trouwens alle hotels hier zijn bekend voor zeer smerig. Wat moet men doen, maar op goede voet met de levende beestjes leven, of men kwaad erover is dat geeft toch niet.
——We hebben een kamer gehuurd. De kamer is zeer vriendelijk aan de straat gelegen, n.l. met een raam ziet ze op de straat uit. Wel is ze ver van de eigenlijke City gelegen doch tamelijk dicht bij ons ons kantoor, altijd nog een 10 minuten à een kwartier loopen. In die kamer krijgen we een hangkast om ons goed op te hangen, doch geen kast voor onze andere kleedren en moeten die maar netjes in de kisten bewaren, we hebben het getroffen nog een hangkast te krijgen. Verder komt in de kamer te staan 2 bedden, een voor H. en een voor mij, een waschtafel, 2 stoelen een klein tafeltje, een spiegeltje en een olielampje. Ik zeg alles “tje” want de kamer is niet zoo bar groot en de meubels die er in komen zijn op een koopje gekocht. Ik weet niet zeker of er een karpet komt te liggen of iets dergelijks, ik geloof haast niet.
Voor die kamer moeten we L 3.10 betalen in de maand zonder een slok water erbij, d.i. In Hollandsch geld F. 42.- Nu vindt ieder nog dat we de kamer voor een spotje hebben. Bij diezelfde luidjes, waarvan de man schilder is komen we ook in de kost en moeten daarvoor elk in den maand L. 6.— betalen, daarbij komt nog dat ik zeer goedkoop geaccordeerd heb, dat zij ook ons waschgoed wasschen voor een half pond de man per maand, dan ziet U dat we noodig hebben alleen voor te leven L 8,5 per maand. Daar komen neg verschillende kleine uitgaven meer, want ge leeft met z’n tweeën op de kamer, daar kan men toch ook altijd niet blijven en ga eens een enkele keer ’s avonds uit naar een café of zoo, tusschen haakjes sterke drank drink ik hier totaal niet, ik gebruik nooit iets anders als spuitwater, limonade, sherry of iets dergelijks. Water heb ik hier nog niet gedronken en denk ik ook niet te drinken voordat we zelf een kookmachineketel gekocht hebben om zelf het water te kooken en filtreeren. Een ander vertrouw ik dat niet toe daar de Afrikaners er niets in zien, doch het water is hier bepaald vergif en heeft menigeen het met ziekte of de dood moeten bekoopen, [nadat] hij van het water gedronken heeft.
J. burg 6 Febr. 1897
Hier heeft men zoo geen meiden, het huiswerk wordt allemaal door kaffers verricht. Vrouwelijk personeel heeft men niet.
Op mijn plunje ben ik zoo netjes mogelijk, doch kan niet verhelpen dat het hier zoo verschrikkelijk veel te lijden heeft, vooral op straat door de verschrikkelijke stof. Van zoo’n rode… stof kunnen jullie je geen voorstelling maken. Men kan dan van de stof bijna niet voor je heen zien en is men blijde als er een Afrikaansch regenbuitje valt. Zoo’n buitje noemen ze in Holland een wolkbreuk en gewoonlijk gaan deze gepaard met zwaar onweder. Zulk onweder als men hier heeft heb ik nog nooit in Holland gehoord, zóó hevig. Dat komt omdat J. burg op de top van een berg is gebouwd.
Van de week was ik bij de veldkornet om mij als Transvaalsch burger te laten inschrijven, dat moet binnen veertien [dagen] na aankomst in Transvaal. Verzuimt men dit dan heeft men L.1.10 boete. Ieder die zich laat inschrijven moet zijn paspoort toonen, waarop afgestempeld is op de grens van Transvaal den datum van aankomst. Ik heb natuurlijk geen paspoort gehad en kon dus niet bewijzen ik nog geen 14 dagen in Transvaal was, vandaar zij de boete van mij hebben wilden
Ik verd…. natuurlijk te betalen en kreeg wat woorden met die beambten, hetgeen zoover liep dat Hr. de Veldkornet, dit is een zeer groot personage hier er aan te pas kwam. Ik vertelde hem de zaak en het was allright. Ik werd ingeschreven zonder wat te betalen. Ja, men moet hier maar niet dadelijk toegeven anders kost het je centen of liever ponden.
Ik weet niet of ik in de vorige brieven al iets over de stad J. Burg geschreven heb. De stad is geheel Europeesch, dit is te zeggen de City, daar treft men de mooiste winkels zoo groot en zoo mooi als Amsterdam durft denken. Het meest wat men hoort is Engelsch, zeer zelden hoort men Hollandsch en dan zijn het gewoonlijk lui die aan het spoor zijn. In het gedeelte waar wij woonen, woonen meer de lui die geen zaken hebben, tenminste geen winkelzaken. De huizen zijn meestal van een verdieping Oostersch gebouwd met waranda’s voor de deur. En veel huizen zijn er die geheel van zink opgetrokken zijn, waar ons huis ook behoort, van binnen kan men daar niets van merken. Alleen jammer is hier dat de wegen tamelijk slecht zijn. Ze zijn nog geheel oorspronkelijk, hier gaten in den grond, daar bulten enz..
Als het regent is het beroerd want dan is het een modder al modder en heeft men plekken buiten waar men tot de knieën in ’t water gaat. De winterlaarzen hebben me dan ook al goede diensten gedaan daar we nu in de regentijd zijn. Het regent niet den geheelen dag, integendeel, we hebben al 2 dagen dat het heelemaal niet geregend heeft, maar als het dan komt komt het goed. Men noemt het regentijd omdat in de andere tijd, andere half jaar heelemaal geen regen valt. Als het nu niet regent vergaat men al van het stof.
Wat de lui hier veel doen is paardrijden. Den geheelen dag ziet men paardrijden en staan de paarden dan gezadeld op straat om te verhuren voor een uur. Doordat de wegen zo banjang slecht zijn (banjang is Transv. voor verdomd) is het zeer moeilijk voor de paarden te trekken en zijn er voor vrachtkarren op zijn minst 4 paarden gespannen doch de meesten die je ziet met 6, 8 soms 10 tot 12 paarden gespannen. Ook ziet men dikwijls ossen voor de wagens.
Behandeling “zwarten”
top Was het niet dat men zwarten zag dan zou men niet weten hier in Afrika te zijn, doch men ziet zwermen van die kaffers die gewoon als honden gebruikt worden. Zijn ze te dicht bij je dan worden ze als honden weggetrapt. Tègen mogen ze niets doen, dan worden ze opgepikt. Ik spreek wel van je, doch ik verzeker U, ik heb die lui nog nooit kwaad gedaan. Ze werden voor het minste gebruikt b.v. het voorttrekken van wagens waar anders paarden voor loopen, niet als in Holland een handkar, doch gewoon een rijtuig waar menschen in gaan zitten. Verder worden ze gebruikt als slaven, wel geen slaven maar hun behandeling, is niet veel beter. Na 9 uur mag zich ’s avonds geen kaffer meer op straat begeven, tenzij met toestemming van zijn baas na geteekend te zijn door de oppermacht doch dit gebeurt zelden. ’s Avonds ziet men geen kaffers meer. Om op straat te loopen overdag moeten ze een shilling per week betalen, als bewijs daarvan moeten zij een kooper bandje om den arm dragen. Niettegenstaande dit wordt hun steeds elk oogenblik door de politie naar hun pas gevraagd. Kunnen ze die niet laten zien of is zij in het oog van den agent niet goed, dan gaan ze mee naar het bureau. Ik zag er heele benden medevoeren door de politie, geboeid, 2 aan 2. Gekleed gaan deze jongens als… ja als, er valt geen voorbeeld van te geven. Dikwijls bijna helemaal niet. Steeds op bloote voeten, meestal blootshoofds. De baarden, zoo ze die hebben, in kleine vlechtjes gemaakt met stroohalmen. Er is geloof ik geen gefortuneerde kaffer hier, ik geloof dat deze gezocht moeten worden. Ze werken als ezels en nemen alles denkbare aan, oude schoenen, kleeren enz. Ze verdienen hoor ik veelal buiten of zonder kost L 4.- per maand. In een café, hotel, kroeg mogen ze niet komen op straffe van zeer hooge boete voor de waard, die hen wat verkoopt. Op postkantoor of waar ook mag geen kaffer komen, ze worden eenvoudig niet geholpen. Op het spoor worden ze in beestenwagens vervoerd evenals de paarden, ossen, enz. Hiervoor moeten ze kaartje koopen aan een apart loket, niet waar de whiteman koopt, het zijn gewoon slaven.
Van de week zag ik toevallig hier een Joods-Russische “dame” met permissie met een kaffer vechten. Ze patste hem in ’t gezicht dat het raak was en de kaffer dorst niets terug te doen.
Goede Hoop
top. 21 februarl
in de eerste plaats dank ik u lieve Pa, Moe, enz. voor jullie aller goede wenschen ter gelegenheid v/h intreden in mijn nieuwe Heimath. Ik hoop dat het er mij steeds goed zal gaan en ik steeds goede berichten zal kunnen zenden en U een onbezorgde, tenminste zooveel in mijn vermogen is, pleizierige tijd zal kunnen verschaffen, dan is het van elkander verwijderd zijn niet zoo slim te dragen. Ik vond het zeer onpleizierig uit de brief van T. dezen week te vernemen dat het met zaken doen nog steeds slecht is, maar enfin dit zal wel terecht komen. Scharrel bij ontvangst dezes nog 4 weken door, dan zal ik U zooveel mogelijk maandelijksch zenden en vertrouw dan dat bij de goedkoopte, die in Holland is U met een kleine bijverdienste, gevoegd bij U aller zuinigheid U er zult kunnen komen. Waarschijnlijk krijg ik heel spoedig opslag en zal U hetgeen ik deze maand stuur waarschijnlijk kunnen blijven sturen. Hier zal mijn positie steeds verbeteren en zijn die toelagen dan ook de aanvankelijke. Bij mijn vooruitgang gaat U ook vooruit en zal dan eindelijk die beroerde zorg naar ik hoop slechts tijdelijk bij U geweest zijn en zal geen sporen in U gezondheid noch uiterlijk achterlaten. Geve God zulks!
Indien ik niet spoedig opklim dan ga ik in den handel, want aan het spoor rijk worden gaat heel moeilijk en al is dan juist niet het doel om rijk te worden, dan toch om na een paar jaar te retourneeren.
Dan zie ik in verbeelding al dat Pa en Moe hun rijke zoon van den trein in Amsterdam komen halen. Ogenblikkelijk is hier wat zaken betr. geen couleur de rose. Iedereen klaagt evengoed als in HolIand en toch volgens mijn idee is er hier met geld nog veel geld te verdienen, doch het Hollandsche idee dat het hier opgeschept ligt is volstrekt niet het geval
Zelf huishouden
top. Johannisburg 28 Februari 1897
Tot mijn genoegen heb ik heden Uw brief al ontvangen, dit kwam daardoor dat ik heden Zondagsdienst had d.i. eenmaal om de 18 weken. Ook Zaterdagmiddagdienst éénmaal van 18 weken. Ik moest vanmorgen om 9 uur op kantoor zijn tot 12 uur, hetgeen zeer gezellig was, daar weinig te werken had en zeer veel visite van de jongens die op kantoor werken. Nu voor ik Uw brief beantwoorden zal ik eerst eens schrijven waarmee ik aangevangen heb en U eens het een en ander van onze huishouding vertellen. Ik heb al geschreven het eten ons hier minder beviel, ook wij schenen minder te bevallen daar onze hospis ons van den week na een klein ruzietje met H. de kowed opgezegd heeft. Nu wij vonden het allright. We gaan vanaf morgen ons eigen potje koken. Gister hadden we vrij van kantoor, daar het algemeen jomtov was hier nl. Majubadag, de herinneringsdag aan het vrijvechten van Transvaal door de boeren. Nu van dien vrijen dag maakten wij gebruik door het inkoopen van onze huishouding, een petroleummachine, een blikken waterketel een spoelkom, een melkpannetje enz. enz. enz. Op mijn portie kwam voor de tot nu toe gemaakte inkoopen over een pond. Verbeeldt je in Holland voor F. 30.- , gunst daar koopt men een heele huishouding voor. Zoodoende zullen we echte huismoedertjes worden. We krijgen het beter als we nu hebben en goedkooper. Wat we op tegen hebben in ons tegenwoordig kosthuis is dat ze van alles de minste qualiteit gebruikt.
Wat zal mijn vrouwtje later een man krijgen die van alle huishoudelijke zaken op de hoogte is, wat zal dat gemakkelijk voor haar zijn, ja ja moeder dat had ik nooit gedacht dat ik dat alles zelf zou doen, maar enfin, we vinden het wel leuk als het op de duur maar niet verveelt.
Koken en asfalt
top 7 Maart 1897
Ik maak al zeg ik het zelf het eten heel lekker klaar en begin ik tamelijk goed op de hoogte der kookkunst te komen. Ja, Pa ik wed U zou het niet kunnen, doch U hebt gelijk, als ik iemand had die het voor mij doen zou dan zou ik ook net doen of ik het niet kon en moeten jullie tegen den tijd dat ik thuiskom, maar vergeten zijn ik het ken. Ja men moet wat doen om wat over te houden. Deed ik het niet dan kwam ik geld te kort. De lui aan wie ik vertel dat ik nog overhoud zeggen wacht maar vertel mij dit na een jaar als ge schoenen moet laten lappen en niet altijd meer thuis blijft. Tusschen haakjes schoenen lappen kost hier 6 and 6, dit is F 4.-Holl. geld.
De wegen zijn hier ook zeer slecht, maar dit zal evenwel beter worden, daar de voornaamste straten nieuw geplaveid worden met een soort asphalt. Het is wel geen asphalt maar het gelijkt er veel op en nu ze dit aan het doen zijn is het nog gemeener loopen, want die wegen waar ze bezig zijn liggen met allemaal kleine keitjes zoo groot als een ei van hardsteen. Dus U kunt denken dat daar de schoenen ook niet beter van worden.
Trouwerij Jet F
top ——Nu ik kan zeggen dat het mij hier nu tamelijk goed begint te bevallen, ik bedoel dan dat ik begin aan het leven gewoon te raken. Het is wel niet een leven, waarop men behoeft zich illusies te maken, maar dat hoeft ook niet, ik leef hier in de hoop later in Holland een pleizieriger leven te nebben. De eene dag gaat hier voorbij als de andere, opstaan, eten, werken, eten, werken, eten, slapen. Nu dat is ook minder als ik maar mijn but bereik n.l. centen maak.
Zoover ik mij herinner is er van den week niets voorgevallen dan de bruiloft van Henriette Frankfort, waar ik geïnviteerd was en ook geweest ben. Dinsdagmorgen 7 uur ging ik in mijn zwart pak gestoken met witte das ter feeste en kwam om half 10 te Pretoria. Om half 11 ong. trad ik het feestelijk versierde huis binnen, waar geen bloemen of decoratie aan ontbrak. Van de yard achter het huis was een tent gemaakt en van de waranda voor het huis dito dito.
——trad ik de voorkamer binnen alwaar de bruid in prachtige wit dik ribszijden gewaad met een zeer lange sleep. Toen ik arriveerde was het al mijnheer en mevrouw Loterijman wettelijk. De kerkelijke inzegening zou om 12 uur plaats vinden. Tot dat doel kwam een heele dikke rebbe genaamd rebbe Sjloume, die de kunst van het inzegenen evenwel niet zoo goed verstond als indertijd onze opperrabbijn Tal. Maar dat was ook minder, het hoofddoel was het inzegenen wat kort en krachtig geschiedde in de versierde tent in den hof.
Na de inzegening werd er geklonken en gegeten op het welzijn van bruid, bruidegom en overzeesche familieleden, waarna de receptie begon.
Er kwamen van alle rangen en standen feliciteeren. De Jooden op dezelfde wijze als de Hollandsche, die kwamen om zich aan de champagne en de ? te goed te doen. En aan de andere zijde de elite van Transvaal, waaronder ik ook opmerkte de Staatsraad Leyds. En wat een zeer aardig schouwspel opleverde waren de prachtige uniformen, waarin gekleed zich 7 Hollandsche zeeofficieren van de Jan Willem Friso, die te Delagonbaai geland is bruid en bruidegom kwamen complimenteeren.
“Logees” en ander ongemak
top 4 April 1897
0p het oogenblik ligt mijn hondje, een echte fox terrier, die ik van mr. L gekregen heb, op mijn lessenaar, waarop ik aan het schrijven ben. Een zeer mooi glimmend zwart hondje met licht bruin op kop en pooten geteekend 2 vlekjes op de oogen etc. zeer lief beestje. Hij gaat nu elken dag met de baas mee naar kantoor en moet hij wennen op de lessenaar te blijven liggen daar ik anders bang ben ze hem stelen. Zijn baas is heel gek met hem en heeft de baas gister 3 sh.6 pence voor een halsband met leeren ketting voor hem besteed. Nu is hij ook ingespannen.
Rika, ge interesseert je zoo omtrent mijn logee’s, nu van tijd tot tijd brengen ze hun bezoek. Ze heeten, de logee’s Mr. en Mrs Luis en jongejuffrouw Vlooi. Nu ik heb ze van de week getracteerd op poeder maar ze schenen het niet graag te lusten en zijn weggegaan.
Ingesloten een cheque op de Ned. Bank groot 4 pond 5 shilling, die 5 sh. zijn voor Jet. Reken er op dat een pond ongeveer F. 12.15 waard is.
U kunt dit aan de Ned. Bank halen. Moe U moet mij eens schrijven precies hoe het nu met de huishouding gaat. Kunt U nu in de maand uit komen of hoeveel komt er nog te kort? U hebt nu maandelijksch F.175.- is niet. Misschien houdt U er nog van over. Hoe meer hoe liever, doch schrijf het mij als U nog wat te kort komt misschien kan in de toekomst dan wat meer zenden en meld in ieder geval de goede ontvangst van dezen brief. Schrijf alles uitvoerig en precies op een apart stuk papier.
Zondag 11 April
Het is hier op sommige oogenblikken vandaag zoo slim om U er geen voorstelling van te maken is, verbeeldt U dat het erg mistig is in Holland, zoodanig dat je de mist snijden kunt, die mist hier is in plaats van in Holland grijs roodbruin en in plaats van damp is het stof en zoo ze me zeggen is dit pas een voorproevertje van den winter. Op dit oogenblik is Herman aan de vliegenjacht om ze het raam uit te jagen want er zijn er op ’t oogenblik banjang veel hier en die beroerde dingen gaan je telkens op de punt van de neus zitten. Maar het helpt niet veel ze komen op als de Johannesburgsche stof.
Ik kreeg, ik geloof Donderdag, mijne officiële brief van de vermeerdering van mijn salaris tot L 15.— , Het gaat vanaf 1 April, alzoo krijg ik einde April uitbetaald L. 13.5 Dit is toch wel leuk L. 2.10 noemt men in Holland F 30.-
Van de week moest ik een belasting betalen, de kinderpokken belasting, ad 2 sh., dat is niet veel maar de ergste belasting komt nog n.l. van + een pond en daar kan men niet zoo gemakkelijk vanaf als in Holland met te zeggen, ik betaal niet.




Pretoria, seider bij Jet L-F
top. 18 April 1897
Ik amuseer me hier zeer goed, hebben Vrijdagavond ganz bekwone sijder [paasmaaltijd] gegeven echt ouderwetsch. Pa. De diners hier zijn zoo echt ouderwetsch Moe, echte lekkere soep, matsekleis, kremsjelies enz. enz….[traditionele paasgerechten] om U te toonen dat in Z. Afrika de oude Joodsche kost ook niet vergeten wordt. Gisteren, Zaterdag heb ik mij excellent geamuseerd. Ik was met Mr. L wandelen, waarbij ZEd. mij vele merkwaardigheden te aanschouwen gaf. Het interessantste was daarbij de uitkomst van den president uit het parlementhuis, daartoe was ik met den heer L. van binnen in het gebouw en ging de president langs onze voeten. Dat was de eerste maal ik Oom Paul gezien heb. Een heel oud mannetje met gebogen hoofd door de vele zorgen die op het oogenblik in zijn hoofd zijn ten opzichte van de toekomst van Transvaal. Hij reed in een gewoon rijtuig geëscorteerd door de cavalerie.
Gisteravond waren we eerst op visite bij doctor Schagen van Leeuwen de hoofdrechter van crimineele zaken en daarna bij de fam. Gomperts tot 12 uur van nacht. Ik heb mij daar zeer goed geamuseerd want daar was een zeer gezellig kringetje. Mr. Gomperts is een zeer aardige allerliefste man. Zijne wederhelft evenwel, hoezeer tegen mij zeer aardig is hier niet bemind. Ik voor mij vind haar ook geen aangename vrouw en ook niet wel opgevoed. Het meest hebben wij daarover gelachen, doordat zij mij vroeg of ik haar bedroom wel eens gezien had. Ik zei van neen en verzocht zij toen haar man mij haar bedroom te laten zien. U kunt U voorstellen hoe ze allen achter den rug gelachen hebben, ik niet minder, verbeeldt U een getrouwde vrouw aan een jonge jongen zooals ik.
Leven in schaduw van oorlog
top Johannesburg 25 April 1897
Tusschen haakjes gezegd behoeft U niet ongerust te maken als er oorlog komt daar L mij in geheim gezegd heeft, dat mocht er oorlog komen ik dadelijk bij hem zou komen en zal hij een remplacant stellen voor mij. Nu Maandag hebben wij zeer genoeglijk in Pretoria doorgebracht. Gewandeld en ’s middags fijn gereden naar de Wonderboom.
De weg daarheen is zeer mooi daar je tusschen 2 kopjes doorrijdt. Het is juist een pad, waar aan beide kanten de granietbergen zich hemelhoog uitstrekken, op al de kopjes waren ze druk bezig met het aanbrengen van kanonnen voor de forten, die ze er opgebouwd hebben en van daaruit bij eventueele oorlog de roodbaatjes te beschieten, roodbaatjes is de Afrikaansche naam voor de Engelschen. Ze werkten daar dag en nacht, want toen we in den avond thuis kwamen waren ze nog bezig met electrisch licht er aan te werken.
Hetgeen zeer aardig was, dat we tegen de helling der bergen wilde bavianen gezien hebben. U weet wel dat zijn van die groote soort apen, doch die we gezien hebben waren slechts jonkies, doch zeker weten het niet daar we ze in de hoogte zagen en in de hoogte lijkt natuurlijk alles klein.
Nu we kwamen dan eindelijk bij de wonderboom. Dit is een boom die naar menschelijke schatting misschien wel duizend of nog meer jaren staan moet. Die boom vertakt zich in de rondte en komen er telkens nieuwe boomen van uit opschieten b.v. uit de hoofdstam komen 2 takken. Eén tak gaat naar boven en de ander kruipt langs de grond totdat hij weer op een andere plaats wortel schiet en daar weer een boom naar de hoogte en een andere naar den grond gaat. Die boom is van verre gezien een heel bosch en kunnen er + 400 menschen onder zitten, werkelijk een natuurwonder. Niet zoo hoog is hij.
———afgesproken om te beginnen met Mei daar (Sipora Prins) te gaan dinner gebruiken ad L 3.- per persoon per maand, wel wat duur vindt U niet maar dan hebben we tenminste echte jodenkost, je blijft er ’s avonds eens praten of zoo, je spreekt eens iemand en zit tenminste aan een huiselijke tafel. U mag niemand zeggen ik zoo kleingeestig ben om dit allemaal zoo te schrijven, maar hoe kan ik anders in godsnaam een groten brief schrijven als ik niet wat lul. Vroeger schreef ik nog in geen tien jaar zooveel als nu op zondag.
——–en nu zijn we al 4 maanden van huis weg, waar gaat die tijd toch voorbij. Als men er voorstaat is er geen omkomen aan en als ’t voorbij is, dan was het een droom. Ja ja ik beloof U ik heb in die vier maanden meer ondervinding, menschenkennis en alles opgedaan als in mijn heel vorig leven Ik verzeker U dat als men hier eenige jaren geweest is, men bepaald gefikst is en niet licht meer door iemand om den tuin geleid wordt of iets dergelijks
Mijn adres Mellestraat 2 Braamfontein



———Het geld ik teruggeven moet, daar draaien wij Transvalers de hand niet voor om, tenminste als we het hebben en hebben we het niet dan laten het spoor er mee stikken, maar enfin ik heb al F 60.— terugbetaald en ben nog maar F. 140 buiten de reis schuldig, dit is niet zoo’n kapitaal. Met Kerstmis alleen krijgen we Christmasbox, Kerstgeschenk, een maand extra salaris.
Moe U vraagt wat mijn werk is, nu dit is het Bericht van Onregelmatigheidboek bijhouden, een werkje dat als men eens weet niet in de wiskunde behoeft voor gestudeerd te hebben. Ik voor mij zou natuurlijk dolgraag een werkje hebben, waarvoor meer mijn verstand moest gebruiken maar enfin dit zal ook wel beter worden, men begint nooit groot.
Fortuin maken? Risjes?
top J.burg 2 Mei 1897
Van de week had ik zware kiespijn en moest besluiten 10 sh 6 pence =½ guinea aan den tandmeester te offeren om hem de deugniet eruit te laten halen.
9 Mei
Over politiek gesproken zult U wel in de couranten gelezen hebben, dat de oorlog met Engeland geheel afgedreven is daar oom Paul de vreemdelingenwet, waarbij niemand zonder pas het land mocht inkomen ingetrokken, heeft. Deze intrekking heeft het ontslag van Dr Coster ten gevolge gehad. Dit is een van de stokken, die Engeland gevonden heeft om het paard te slaan. Coster was een Hollander en heeft Kruger tegen hem gezegd, rede waarom hij zijn ontslag genomen heeft: Ons moet vecht en jelui Hollanders blijft met jelui gat op stoel zit en ons wil nou niet vecht niet.
10 Mei
Ik hoor er komen hier wekelijksch nieuwe Hollanders uit. Ik kan mij niet goed voorstellen, wat die hier komen doen. Van de week is er een zuster van Elzas uitgekomen, die haar fortuin met shorthand denkt te maken. Hier wordt van alles gezocht geld te slaan. Er loopen hier op het oogenblik zeer velen werkeloos rond.
Pa U schrijft mij van rissjes [antisemitisme] hier in Transvaal, ik geef U mijn verzekering ik nog geen seconde van niemand hoegenaamd eenig de minste risjes ondervonden heb, dit ligt aan de persoon zelf. Laatst vroegen ze mij of ik ook een Jood was en dit kan geen risjes heeten, maar als men dadelijk alles slecht opvat en er op in gaat nu dan gaan de lui risjes maken. Ik ben met alle luidjes op kantoor op beste voet. Zoo ook met mijn onmiddelijken chef, waar ik meestentijdsch mee naar huis ga enz.
Uitstapje
top 30 Mei 1897
Donderdag was het Hemelvaartdag. Van H. kwam ons ’s morgens kwart over 7 uur al halen om mede te gaan wandelen. We gingen de kant naar Langlaagte op, alles over zeer steile kopjes, berg op berg af soms de hoogte van 3 a 4 Amsterdamsche huizen, stijl van de eene steen op de andere klimmend op en weer af enz. Doch tot Langlaagte konden we het niet brengen.
Op het laatst hadden we toch voldoening van onze tocht daar we een plas water zagen met een fontein. We ontdeden ons ven schoenen en kousen en gingen eens lekker plassen. Ja is dit geen vreemd gehoor voor U dat we water zagen? Nu voor hier is niet vreemd vooral in J.burg niet, daar men hier nooit anders water ziet of het moet regenen.
Meerderjarig en Sjoel
top 5 juni 1897 [= verjaardag]
Zeer innig geliefde pa, moe, Henriette, Rika, Tobie, Cobusje en Evelientje. Waarmee kan ik me beter amuseeren, dan om mij wat met U lieven bezig te houden. Zoo U aan het opschrift ziet was heden mijn verjaardag, mijn 23ste, mijn meerderjarigheidsdag en zal ik nu maar zoo tusschen sjabbes en jomtof [feestdag] dezen aan U schrijven en wil ik hopen U u in blakenden welstand zult bevinden wat met mij gelukkig ook het geval is.
—- en U vertellen dat ik vanmorgen naar de sjoel was, een zeer mooie groote sjoel veel mooier als de nije sjoel in Amsterdan. Naar mijn schatting waren er wel 1000 menschen in, groen gemaakt en alles zoo het behoort. Ook is er een prachtig koor en heb ik mij werkelijk geamuseerd en mij voorgenomen er meer heen te gaan. Alleen dit is jammer dat het vreeselijk naar knoflook stinkt, de geliefkoosde spijs der Russische Joden, die er legio vertegenwoordigd waren. De gazzan is Engelsch en heeft hij in het engelsch gesproken. Om half 12 ben ik er eerst uitgegaan, hoewel de sjoel nog niet uit was, maar het duurde mij te lang. Ik heb vandaag mijn zwarte costuum met witte das aan nekowed jomtif [ter ere van feest], doch ik barst er bijna in, zoo nauw is het geworden, een goed teeken vindt U niet?
Nieuw onderkomen
top. Dinsdagmorgen zijn we verhuisd en hebben nog wat stront ermee gehad, maar enfin U bent zeker nieuwsgierig er naar hoe onze kamer er nu uit ziet. Hij is lang 21 voet en breed 12 1/2 met mijn strijkijzertje gemeten, dus dit is groot. Aan de straat hebben we een uitbouwtje, aan drie kanten alzoo raam, hetgeen een zeer gezellig gezicht op de straat geeft, langs de deur gaat de tram. De ondergordijnen aan het raam zijn donkergekleurd, mooi goed, daarover heen voor de uitbouw een paar mooie lichte overgordijnen en voor het raam zelf nog mooie geele ondergordijntjes. Op de vloer ligt een mooi zeil en tusschen de bedden een kleedje. Er is een schoorsteen met een ingemetselde haard en daarnaast staat een kastje, een ladetafel, waarvan we elk een lade hebben en een kleine lade en een lade hebben we in gebruik genomen voor het eetgoed. Verder staan er 4 mooie stoeltjes en een leeren canape. De schoorsteen is gedrapeerd en voor de bedden hangen meubelsitse overgordijnen, zoodat als we die toedoen we een aparte zitkamer hebben. De bedden zien er zeer zindelijk uit en op de waschtafelstaat een mooi waschstel.
Over het algemeen is de kamer zeer netjes, mooi tafelkleed, mooie witte spreien, wit kleedje over het kastje enz. De verlichting ’s avonds geschiedt door een staande lamp.
Pa, Moe en Mevr. G. hangen boven het kastje. De andere familieportretten boven de schoorsteen, terwijl aan de tegenovergestelde wand platen en nog een paar portretten opgehangen zijn. Als ik nu nog vertel dat er 2 koffers nog in de kamer staan, welnu misschien kunt U zich dan een idee ervan vormen. In het slaapgedeelte heb ik nog mijn sponzen en borstelhanger opgehangen. Aan de deur hangt een kapstok en boven onze bedden hebben de kleeren opgehangen.
14 juni 1897
Heden is het Zondagmorgen, door een vergissing zou ik heden dienst gehad hebben, doch tot mijn genoegen heeft een ander dienst en daar het hier op kantoor lekker warm is, doordat er een groote vulkachel lekker staat te branden en het op mijn kamer koud is, zoo denk ik maar hier blijven schrijven.
19 juni
Nu U zomer krijgt krijgen wij winter tenminste op zijn Transvaalsche manier, dat je overdag het heet hebt maar ’s morgens en ’s avonds was het bijna onhoudbaar van de kou, verbeeldt U een mooie vriezende Hollandsche winterdag, waarvan ’s avonds de lucht mooi uitgesterd is en een drooge koude heerscht. Zoo was het ook den gehelen week hier en morgen dito dito. ’s Morgens zijn de enkele plassen, die soms op straat liggen bevroren, overdag smelt het natuurlijk door de zonnewarmte. Wat ook beroerd hier is is de wind, die ten eerste koud is en ten tweede het stof doet opwaaien.
Verzetjes
top Gisteravond was ik bij een gezellige avond van de Ned. Vereeniging, een vereeniging wiens doel het is door jaarlijksche bijdragen van elk L.2- Hollanders die het noodig hebben en lid van die vereeniging zijn te helpen, gepaard met een of meer gezellige avondjes per jaar.
Het was er zeer zeer gezellig, zeer mooie zangsolo’s en muziek en velen die wat kenden gaven wat ten beste, leuke mopjes en ook wat schuine. Dames waren er niet. Het was trouwens wat de Engelschen noemen een smoking concert. Bijna alle kennissen waren daar vertegenwoordigd. Hetgeen ik minder prettig vond, was dat er verscheidenen joden waren, die zich dronken gezopen hadden en op het laatst vreeselijk herry maakten
27 Juni 1897
Van de week waren de jubileumfeesten, welke beloofden zeer mooi te worden, doch die aan hunne verwachting niet beantwoord hebben. Wij hadden dien dag vrij van dienst, trouwens volgens gouvernementsbesluit mochten dien dag geen een openbaar kantoor open hebben. Om 10 uur was de optocht, welke wel aardig was, hoewel niet om over te roepen. De mooiste dingen daarvan waren de gymnastiekvereeniging, meer dan duizend jongens en Lelie, mijn vriend, heel chique in gynnastiekcostuum voorop. Ook heel mooi was de kaffertroep n.l. een heele hoop kaffers in hun oorspronkelijk costuum met een vijgenblaadje voor met hun oorlogsmateriaal bij zich welke met hun krijgsmuziek en zang voor Europeanen zooals wij zoo kers versch een zeer aardig gezicht opleverde, verder bestond de optocht uit verschillende reclamewagens, de goudindustrie en andere groote zaken voorstellende, verder de verschillende vereenigingen met hunne banieren. Ook de Odd Fellow Loge was vertegenwoordigd, verschillende scholen het Engelsche volkslied zingende, de troep van Filis (paardenspel) enz.
De optocht duurde ruim een uur. Ik heb het tegenwoordig heel best naar mijn zin hier en heb doordat we nu een mooie kamer hebben ook genoeg bezoek en maken we maar schik onder elkaar allemaal jongens, meisjes kun je met een lantaarn zoeken, ik zou geloof ik van mijn leven geen meisje zien, als ik niet bij Schaap at. Alleen is dat maar jammer dat als ik terugkom ik misschien bang voor meisjes zal zijn, maar dan gaan we maar weer zingen, overal waar de meisjes zijn is bal en dan zal het wel weer wennen.
Donderdag hebben we malies[1] gebeurd en ik heb gisteren een wisseltje aangeteekend aan U opgezonden, de extra 10 shilling zijn voor ons lief Cobusje op zijn verjaardag en 5 voor tante Jetje om zich een hoedje te koopen of iets anders waar ze pleizier in heeft.
In het begin vond ik een shilling hier verschrikkelijk doch van die kwaal ben ik ook al genezen, een shilling is geen geld meer.
11 Juli 1897
Het gaat hier al de eene dag evenals de andere. De tijd passeeren we hier ’s avonds net lezen of whisten of iets dergelijks. We zijn bijna geen avond alleen en kom ik tijd te kort.
18 Juli 1897
Gisteravond heb ik weer eene een geheelen avond ouderwetsch dam gespeeld.
Koninginnedag , “kafferlocatie”
top. 31 Augustus
De geboortedag der Hollandsche koningin een bal in de Ned. Ver, waarvoor ze mij ook [gevraagd] hebben of ik lid worden wilde, maar daar de contributie daarvan L. 2.— per jaar bedraagt heb ik mij nog eens overdacht en maar besloten het nog een tijdje uit te stellen totdat de stand mijner financiën beter zijn zal.
Vanmorgen was ik met luitenant Muller naar de kafferlocatie. Dit is een gedeelte der stad dat als verblijfplaats voor de kaffers aangewezen is. Deze mogen niet in de stad wonen en zijn hunne hutten allen gemaakt van het blik dat binnen in de kisten zit. De reuk in dat gedeelte is nu juist niet van de fijnste, maar toch is het wel eens een leuk gezicht voor iemand die het nog niet gezien heeft, hoe origineel dat alles daar toegaat en dit moet nog geen vergelijking zijn bij de huizen waarin de kaffers oorspronkelijk wonen.

Gymnastiek en maten etc
top Nr. 28 – 23 Juli 1897
Ik kan mij thans bijna in het geheel niet meer voorstellen hoe men in Holland om een paar pond kan lastig gevallen worden. Ik zou dit geld misschien wel kunnen leenen, want hier is men niet zoo kleingeestig, de eene mensch helpt den ander zooveel in zijn vermogen is.
—— en is dit misschien alleen de beroerde Hollandsche schijterigheid waarom ik blij ben eruit te zijn.
Nr. 29 – 1 Augustus 1897
——gymnastiekclub waar massa’s van de grootste lui hier in zijn en kan mij dat later misschien tot voordeel zijn. De tweede reden waarom ik het doe is dat goed Engelsch leer, want er zijn niets dan Engelschen in en 3e, wat feitelijk Nr. 1 is, is dat het zeer gezond hier in het klimaat is, daar de spieren door de warmte zeer verzwakken en dat dit alleen door gymnastiek kan tegengegaan worden. Ten 4e breng ik er 2 avonden van den week prettig mee door.

8 /8 ’97
het gymnastiekcostuum bestaat uit witte broek, witte schoenen en een heel fijn triootje met korte mouwen en een band om het lijf met de kleuren van de vereeniging.
Tot half 2 was ik op gymnastiek en ben ik de maat genomen. Voor de aardigheid zal ik die hier laten volgen:
lengte 5 vt 6 ½ inch, gewicht 150 Eng. ponden of 135 pond Hollandsch zonder kleeren, breedte lichaam op de borst 36 inches, met ingehouden adem 38 en met leege borst 35, dikte biceps 12 ½, voorarm 103/4, dikte boven de heup 30, dijbeen 21 ½, kuit 14 hals 14 ½,
Die afmetingen zijn niet weinig, ik vind dit wel aardig dat het hier zoo gaat. Over een half jaar wordt het weer gemeten om te zien of het lichaam door de gymnastiek krachtiger geworden is.
Nr. 31 15 Augustue 1897
B. naar de Capetrein gebracht. Dit is een groote sjlemiel van een jongen, was employé bij de ZASM maar is ontslagen. Het is maar goed hij zoo verstandig is geweest terug te gaan, want “sjlemielen” komen hier helemaal niet terecht.
Pa wat U schrijft voorzichtig te zijn met wilde dieren, maakt U daar maar niet bezorgd over om de eenvoudige reden ze er niet zijn. Ja, ik jok toch want gister heb ik nog een wilde buffel gezien, maar het was een geschotene en dood. Och het is hier heel anders als U het U voorstelt. Het is hier vooral in J. burg geheel en al Europeesch.
Bezoek Krugersdorp
top 28 Augustus 1897
Zondagmorgen op 8 uur op den trein naar Krugersdorp waar we om circa 9 uur aankwamen. We hadden ons geproviandeerd met elk ene flesch citroen met water en samen een brood met corned beef. We hadden ons echt erop gekleed om niet bang voor het goed behoeven te zijn. Ik was in witte gymnastiekbroek met het oude blauwe jasje aan zonder vest omdat het beloofde warm te zullen worden. Zoo togen wij dan bij aankomst om 9 uur op marsch. Die marsch duurde ongeveer 3 uur daar we eenigszins gedwaald hadden. Ja dat gaat niet zoo als in Holland. Op zoo’n heelen weg woont geen sterveling en loopen doen er ook zeer weinig.
Na ca 3 uur kwamen we op een plek waar uitwendig niets te zien was, doch op welke plek de aandacht valt doordat er eenige lui te picknikken zaten en eenige rijtuigen, losse paarden en fietsen leeg stonden waaruit op te maken viel, dat er verscheidene luitjes hier zijn moesten en dachten we dan ook dadelijk, hier moet de grot zijn. Het eerst wat we deden was languit in het gras, of liever gras kan het moeilijk genoemd worden, doch verdorde bladeren enz. te gaan liggen waarna we ons te goed deden aan de medegenomen proviand. En alzoo eenigszins uitgerust te zijn, want het is hier moeilijk loopen in een brandende zon waar nergens een boom staat die schaduw verspreidt en dan hoogte op en weer hoogte af, besloten we maar eens naar de grot te gaan. Tot dat doel daalden we een eindje naar beneden ea zagen daar als ’t ware een witte hemel van druipsteen, maar verder konden we zonder eerst 2.6 te moeten offeren voor entree niet komen. Er waren zeer vele dames en heeren reeds in. We gingen verder en begon het donkerder en donkerder te worden. Op het laatst pikdonker. We kregen dan ook elk een kaars mede en kropen in hoekjes en holletjes en zeiden tegen elkaar dit is toch mooi en dachten nu hebben we er alles van gezien, maar jawel het mooiste moest nog komen.
We zagen eenige heeren en dames in een gat kruipen, wij er natuurlijk ook in en zagen we een zeer hooge ladder staan, die naar beneden voerde Wij gingen ook naar beneden, waar het goddelijk mooi was. Elk gewapend met zijn kaars bekeek den omtrek. Verbeeldt U ene ruimte, ja misschien zoo groot als een keer of zes de grootte van den winkel in Tiel, waar overal omgeven door de prachtigste grillige vormen van druipsteen. Druipsteen is een wit steen, zeer zwaar, zoo wit als sneeuw gekristalliseerd in naalden, hetwelk gevormd wordt doordat het water, waarin zouten opgelost zijn naar beneden druipen en dan kristalliseert het steen eruit. Hier waren goddelijke nissen door de. Natuur gevormd, daar weer geleek het steen op een olifant, daar weer andere vormen, enz.
Hetgeen het gezicht daar beneden noch fantastischer maakte was dat sommige heeren magnesium medegenomen hadden, dit goed verbrandt juist als electrisch licht en zagen we dan telkens den geheelen omtrek in een zee van licht. Ook hier klommen we weer in hoekjes en holletjes en was er een plek, waarvoor vooruit gewaarschuwd werd, dat er water was. Dat was ook zeer aardig, midden in de grot een groote plas water, Na een uurtje verlieten we deze weer en had de grot eene aangename herinnering bij ons achtergelaten.
Hoewel het niet gepermitteerd is heb ik toch een klein stukje van het steen medegenomen en prijkt dit op de schoorsteen van onze kamer. Na ons gelaafd te hebben aan limonade, koffie en wat gemberbier op de terugweg medegenomen te hebben verlieten we weer op half 2 de plaats van de grot en stelden ons weer op marsch. Dat we deze versnaperingen daar krijgen konden was dat er een zich daar met een tafel neergezet had. En die dit verkocht. Om 7 minuten over 4 moest de trein uit Krugersdorp vertrekken en moesten we dus wat aan loopen en bleven we gelukkig de geheelen tijd op den rechten weg. We kwamen dan ook juist op tijd aan, want voor dat we aan het station kwamen, zagen we den trein reeds en hadden den tijd nog om in te stappen,
Nu ik verzeker U we waren vermoeid en gingen we languit op de banken liggen waarna we om ruim vijf uur weer hier arriveerden. Mijn gezicht was wat verbrand doch op aanraden van Mrs. S om er wat vaseline op te doen, was dit ook weer gauw voorbij. Ik weet wel ik dien avond al om half negen op mijn bed lag.
Tegenwoordig gaan we ook ’s avonds niet meer zoo laat naar bed en ‘s morgens om half 7 ongeveer weer op. Dit bevalt ons uitstekend en maken we bijna elken morgen voordat we naar kantoor gaan om half negen een flinke wandeling.
Rousj hasjone
top Nr. 34 Johannesburg 6 Sept. 1897
En bij ontvangst van dezen brief, dan is de gewichtige dag op handen. “De intrede van het godsdienstig Nieuwjaar”. Oh wat zijn er aan dien dag herinneringen uit mijne kinderjaren verbonden. Reeds lang is het geleden [dat] ik te Tiel bij den Heer Hirsch op school ging en dan was het ook juist dat we moesten rousj hasjone [=nieuwjaars]-brieven schrijven, brieven voor de les, op een groot formaat vel papier. Somtijds versierd met een bouquetje welke brieven met een lintje omrold ’s avonds onder het gallekleedje gelegd werden. Die tijden zijn voorbij. Het zijn thans andere toestanden. Thans nu ik voor het eerst na zoovele jaren mij weer neerzet om weer een nieuwjaarsbrief aan U te schrijven, nu is het werkelijkheid, pure zuivere werklijkheid. Thans kan ik niet meer zeggen als andere jaren onder het geven van een kus ” nog vele jaren” neen daarvoor scheidt ons de groote oceaan maar toch is het niet minder gemeend als ik U bij dezen dag het begin ven het godsdienstig Nieuwe jaar, mijne wenschen die ik altijd voor U koester nog eens neerschrijf. Vooreerst wensch ik U dan, dat dit toekomstige jaar U gezondheid moge schenken en dat het U finantieel evenzoo moge gaan, zooals ik het U wensch. Verder hoop ik dat het U gegeven zij nog tal van jaren dit feest te mogen vieren met allen die U dierbaar zijn.
Oh wat zou ik U graag even persoonlijk zijn komen feliciteeren, doch dit gaat niet. Oh wat was het gezellig de vooravond ven nieuwjaar bij elkaar te zitten met net witte tafelkleed op de tafel gespreid onder het eten van de symbolische zoete appel en honing.
Sport en gokken
top Nr. 33 – 11 September l897
Vanmiddag waren we voor een shilling naar de Wanderers, alwaar sports gehouden werden van kleine jongens. Het was er heel aardig. De sports bestonden uit hardloopen, wielrijden, potatoe race, zakloopen en old boots race, welke laatste zeer aardig was. De jongens moesten allen hunne schoenen uit doen en aan elkaar binden. Deze werden op een hoopje op eenige afstand neergelegd. Op een gegeven ogenblik gaan de jongens af, zoeken zich hunne schoenen trekken ze aan en loopen hard weg moeten over een hinderpaal springen, verder in een ton kruipen, die opgehangen is, er door heen gaan, verder weer door een zak kruipen van eenige meters lengte, dan weer over een hinderpaal springen en op het laatst komen ze in een doolhof waaruit ze moeten zien te komen.
Wie het eerst aan het einddoel is, heeft de prijs gewonnen,
Ik stond verbaasd zoo vele mooie prijzen waren er, zilveren bekers in legio of het niets was de mooiste, gouden en zilveren horloges, mooie buksen, spelen, verrekijkers enz. enz. misschien 200 prijzen, voor elke sport was er een eerste tweede en derde prijs.
Daarna ben ik wat gokbriefjes gaan koopen een sweepticket met H. samen en een met Sipora S. samen. In Holland zou men zeggen een groote gokker om voor F 10.- ongeveer loterijbriefjes te koopen, doch hier is dit niet, zoo bar. Hier zegt men, give the man a chance en ik zeg give me a chance….. Wij Transvalers, die zoovele goudmijnen voor ogen zien, doch er niets van krijgen.
Stof
top. Nr. 37 – 19 Sept 1897
De lucht is zooals gewoonlijk blauw en vertoont zoover men zien kan geen wolkje. Te warm is het momenteel niet het is lekker, een verrukkelijke dag. Ook geen stof. Dat kan wel zijn doordat het stof van den week allemaal weggewaaid is. We hebben aardig weer gehad. Stof, stof en niets dan stof. Vrijdagmiddag een stofbui zooals ik nog nooit bijgewoond heb. In onze kamer was het pikdonker, naar buiten kan men niet zien. Wanneer je er in geloopen hebt, dan kom je heelemaal bruin aan. Ik heb mij door S. een stofbril laten kopen, d.i, een bril met blauwe glazen en rondomheen heel fijn gaas, waar geen stof door kan, die past precies op je gezicht en zoodoende krijg je geen stof in de oogen.
We zijn niet ver van de zomer af. De voorbode, die duizenden beroerde vliegen zijn er al, alleen mankeert nog de regen, die ik hoop ook spoedig komen zal.
Van de week heb ik een klein levensverzekerinkje gesloten. De verdienste ie voor thuis, niets voor mij en niets voor jou, Tobie.
Oud-hollands
top. Nr. 38 – 3 Oct. 1897
De week is stilletjes gepasseerd zooals het gewoonlijk hier gaat, alleen gister waren de jongens tot half drie van nacht bij ons.
Eerst wat gepraat, toen gewhist en tenslotte nog een uurtje gebluft. Daarna hebben we een souper. Aangeboden, hetgeen bestond uit brood met kaas. Tegenwoordig hebben we een pijpenrek uit sigarenplankjes gemaakt en hangt dit met allemaal Goudsche pijpen voor elk der visite een pijp, beschreven met diens naam en als de jongens nu hier komen weet elk zijn pijp te vinden. Ik geloof dat dit zoo een beetje oud-HoIlandsch gebruik is. In sommige opzichten is het hier nog zoo’n beetje oud-Hollandsch. B.v.wat de meubileering der huizen betreft bij niet rijken, op sommige punten de straatverlichting, maar daartegenover staat dat weer bij rijken het chique gemeubileerd is en op sommige plaatsen van het dorp electrisch licht is.
Ik heb Zaterdag malie gebeurd, doch was nog niet in de gelegenheid een wissel te koopen, alzoo krijgt U deze dan den volgenden week. Ik kan echter niet meer dan 4 zenden daar zelf nog bij H. in het krijt sta. U kunt U niet voorstellen hoe hier het geld wegvliegt, aan wasch, brood extra uitgangetjes, ik heb bepaald wel L 9 per maand nodig en geef hoegenaamd niets extra’s uit. We komen nooit in een bar. Het enigste wat ik versnoep is dat ik somstijds op kantoor een fleschje limonade voor een tikkie (5p) laat halen.
Wij commandeeren den boy, hij is waarachtig niet zoo kwaad. Wat zwarte knecht die houd ik betrekkelijk ook, tenminste de zwarte knecht van de Mrs. Hier is een blanke niet gewend ook maar het minste werk te verrichten. De boy brengt en haalt mij water, poetst de schoenen, borstelt de kleeren enz.
Joum Kipoer
top. 8 October 1897
Woensdag hadden we Joum kipoer [=grote verzoendag] en hadden we allemaal van kantoor vrij gevraagd. Ik bedoel dan de jodenjongens. Ik had Dinsdagavond aan den boy gezegd dat hij moest zorgen dat als ik om half zes thuis kwam hij kokend water moest hebben. Zoo gezegd, zoo gedaan. Ik maakte gauw thee en ging lekker brood met rookvIeesch eten en zoodoende had ik op tijd gegeten en begon de vasterij tot Woensdagavond. S. had mij Woensdagmorgen komen inviteeren om daar te komen souperen, waar ik dan ook gebruik van gemaakt heb en heb lekker gestoofde snoek gehad met balletjes, nog eens een dag vasten waard. Het vasten hier is anders niet zo gemakkelijk als in Holland, daar het door de warmte bijna niet uit te houden is van de dorst.
Ingesloten wissel ad L. 4.
Hitte en onweer
top 15 October 1897
Het is hier de laatste dagen verschrikkelijk heet en hebben we bijna elken avond nogal zwaar onweer. Gepaard met hevige Afrikaansche regens, doch dit lucht niet op, het blijft een vuuroven. Ik weet nu dat we vandaag weer regen krijgen, want het vergaat van die vervelende vliegen, die je nu op je neus, dan op het voorhoofd, dan weer op de handen en overal op geen zitten, wanneer die beesten zoo op je gaan zitten onophoudelijk dan is dit een bewijs [dat] er regen komt. Ik ben vandaag dan ok gewapend met mijn waterlaarzen. Van den week op gymnastiek ging opeens door het onweer al het electrische licht uit, toen was zeker de bliksem in de geleiding geslagen, doch na een kwartier ging het weer vanzelf branden.
Verjaardag Pa
top. Maandag was de verjaardag van oom Paul (Kruger) en was er ook parade. Wanneer deze brief in Uw bezit komt dan is de verjaardag van U lieve Pa reeds gepasseerd. Ik feliciteer U daar dan van harte mee en hoop en wensch U dien dag nog tal van jaren van ongestoorde gezondheid, goede parnose [werk/inkomen], omringd van de lieve moeder, van Uwe kinderen en kleinkinderen zult mogen vieren. Dat het U gegeven zij met vrucht te kunnen zien op het werk, de zwoegingen, de opofferingen, die het U gekost heeft om Uwe kinderen tot hunne posities te brengen en dat U er nu uw profijt van zult hebben. Het doet mij leed ik U thans niet persoonlijk kan komen gelukwenschen en mijne heilwenschen met een kus bezegelen, zoals ik dat voorheen altijd deed, doch geloof mij al is het thans schriftelijk, het is niet minder gemeend, al moet mijn felicitatie over de oceaan komen, ik beschouw het alsof ik met U spreek en zie in gedachten U voor mij. Moge de dag niet ver verwijderd zijn, dat het doel waarvoor ik naar hier ben gekomen, verwezenlijkt moge worden, opdat ik met vreugde mij weer met U kan vereenigen en mijn verblijf hier als een zoete droom voor mijne en Uwe toekomst blijve bestaan.
Gaarne zou ik van hieruit U een stoffelijk bewijs willen geven van mijne goeden wil, doch wat ik hier koop is twee a driemaal duurder als wat het in Holland kost. Ik stel U daarom voor om U een pak te laten aanmeten bij Benjamins b.v., waarbij ik de helft betaal + F. 18.— welk bedrag ik pr.o. January van hier verzend tot dit doel, misschien eerder, doch dit kan ik niet belooven.
Ziek
top 30 Oct ‘97
Uit den brief dien ik hedenmorgen van U ontving, was ik blijde uw gezondheid te vernemen, hetgeen bij mij op een klein beetje na, wat diarrhee, ook het geval is.
7 Nov ’97 ziek
Het is Maandag juist drie weken, dat ik zoo gek was om met de rijke lui mede te doen om een beetje ziek te worden, ik heb n.l. bloeddysentrie gemankeerd, dit is een ziekte die hier veelvuldig voorkomt, doch ik ben al een dag of acht beter, maar gevoelde mij nog zeer zwak, waarom de doctor niet wilde hebben ik nog uit het hospitaal zou gaan, ik ga er echter morgen uit want ik ben nu weer den ouden, eet weer alles, en ben ook weer den geheelen dag op. De eerste 14 dagen mocht ik niets dan melk en wijn met rijstwater drinken, daarna van dezen week mocht ik er beschuit en rijst bij hebben en nu weer heel gewoon. Het is toch maar goed, dat men zoo als hier hospitalen heeft, want waar moest men anders gaan. Ik was 3 dagen thuis, maar dit ging niet goed, iedereen voor alles dank je zeggen. Het was hier in het hospitaal uitstekend. Een zeer lieve zuster, alles Hollandsch want het hospitaal is van de Zasm. In het begin sjeneerde ik me een beetje voor haar maar later ging het allright, verbeeldt U ook, dat ze ‘s morgens en ‘s avonds mij van binnen moest schoonmaken met spuit met water en later met ander goed achter inspuiten, later kon het mij niet meer schelen, maar in het begin vond ik het verschrikkelijk.
Ik heb zoowat een achttien dagen gelegen, maar ik geef U mijn woord dat ik die onzin niet meer uithaal, want het is lang niet prettig en wat het ergste is het betaalt niet. Dit grapje zal mij licht L 5 a 6.-kosten. Ik schrik voor de rekening die ik krijgen zal, dit is kwaad geld zeggen ze hier maar het is altijd beter om in de gelegenheid te zijn om beter te worden, dan andersom. Dysentrie is volstrekt niet gevaarlijk, mits goed opgepast. Het slimste hier van de ziekte is, dat er altijd koorts bij komt en dit maakt je zoo zwak als de hel. Als U me ziet zou U thans lachen zoo mooi volle baardje heb ik gekregen, want ik heb mij al dien tijd hier niet kunnen laten scheren. Ik heb hier bajja veel bezoek gehad bijna elken dag gedurende de werkelijke ziekte van Herman, .de jongens Schaap en Sipora Prins, Mu1ler, mijn chef van kantoor, bijna al mijn collega’s van ‘t kantoor, kortom ze hebben zich allen zonder onderscheid hartelijk gedragen. Dan moet U rekenen dat hier het hospitaal in Jeppestown ligt, een voorstadje ven J. burg ongeveer 3 kwartier loopen van J. burg, men kan er echter ook met spoor en tram komen. Tot zelfs Mrs. Haynes mijn hospita met gallant heeft mij bezocht en een pudding met sinaasappelen medegebracht, waar ik toen niets van hebben mocht, maar dit neemt niet weg dat het aardig was. Het hospitaal hier is wat de verpleging betreft uitstekend, er zijn 4 pleegzusters en 2 zusters voor de huishouding, er komen niet anders in dan ambtenaren en beambten van de Zasm. en is betrekkelijk ook goedkoop. Je betaalt zoo ongeveer 5 a 6 sh. per dag, wijn en alles eronder begrepen. Het hospitaal op zichzelf is niet zoo mooi ingericht, maar dat komt er ook minder op aan. Enfin, ik wijd zoo over het hospitaal uit, uit gebrek aan beter schrijfstof. Wanneer ik hier morgen uit kom, dan krijg ik altijd nog een dag of 4 vrij om mij weer thuis te gewennen. De doctor is hier vreeselijk voor om niet eerder het minste werk te doen voor je je gewone sterkte terug hebt. Hij zegt, ik moet zeker zijn je niet weer instort.
Ik heb altijd tegenslaggies nu weer dit wat mij een eind achteruit zet. Ingesloten zend ik U een wissel die H. zoo goed was voor mij te koopen.
14 November 1897
Ik ben Maandag uit het ziekenhuis gekomen en zoo U kunt denken maar weer blijde dat besjolem [in vrede] thuis was. Donderdag ben ik weer voor het eerst naar kantoor geweest en vind maar weer prettig de geregelde loop van zaken. Ziek zijn is thuis onpleizierig maar hier nog veel onpleizieriger.
Eten en zuinigheid
top ——-dat we zoo mekowid [=toegewijd/gehecht] aan het lekker en goed eten zijn. Elke morgen eten we een rauw ei en ’s avonds weer twee, drinken cacao eten worst en vleesch, kortom we willen beiden dik worden. Wijn drinken of het maar niets is, elken dag enige glazen, meer dat is minder voor de luxe want die moet volgens den doctor drinken. De wijn is hier nogal goedkoop. 2/6 voor een flesch Bordeaux. De Kaapsche is goedkooper.
Ik heb me vandaag bajje chique aangetrokken, mijn beste pak met witte broek doch dit is meer uit nood, daar mijn andere plunje niet mooi meer is. Wil men hier netjes loopen dan heeft men bepaald 4 pakken in ’t jaar noodig. Mijn plan was geweest een pak en een paar broeken te laten komen, doch moet er van af zien, daar geen malie [=geld] heb. Voor een pak heb het uitgezuinigd en nu mag het dubbel aan het hospitaal betalen, ik heb me nu toch voorgenomen niet meer zoo zuinig te zijn, want het geeft toch niets zuinigheid en vlijt bouwt huizen als kasteelen, zoo is het mij ook, met al mijn zuinigheid heb ik al wel een schuld van een pond of 10, doch daarom niet getreurd, alles zal recht komen zeggen ze hier. U moet mij ook schrijven hoeveel U van mij krijgt van witte broeken en zoo, dan zal U dit ter gelegener tijd zenden.
——niet rijk zijn is geen schande, als men eerlijk door den wereld komt. Leenen is evennin schande, doch voor mij is het iets anders. Ik moet mij een weinig grootsj houden, dit is beter als een nebbisjponim te zijn.
Boys”
top brief 45 – 19 Nov. ’97
Hier de misses sukkelt erg met de boys. In dien veertien dagen dat ik thuis ben heeft ze al 2 nieuwe gehad en nu komt de oude weer voor de derde maal terug. Vanmiddag heeft die boy van Herman op zijn donder gehad, maar niet genoeg naar mijn zin. We hadden n.l. een flesch cognac staan, daar wij nooit iets drinken of tenminste een enkele maal wisten we precies wat er in was. Nu hadden we gister al gemerkt dat er uit was maar wisten niet zeker en hadden er een merk aan gemaakt en vanmorgen jawel daar had mijnheer de halve flesch leeggezopen, en wilde het niet bekennen, als hij nu maar gezegd had of hij het uit een glaasje gedronken had dan wel uit de flesch voor den mond gezet, maar dat wilde hij niet zeggen en nu lusten wij natuurlijk niets meer er van. Het is toch zonde want zo’n flesch kost 7 shilling. Als we het de police zouden zeggen dan ging hij de trunk in, want een boy is het verboden sterke drank te drinken of hij wordt opgepikt. Een witman, die hem geeft wordt wel eens gestraft met L 250.- Ik wou mij er vanmorgen niet mee bemoeien omdat een het alleen wel afkan, maar als hij weer wat doet dan krijgt hij van mij een goed pak op zijn falie, dit is de eenigste manier, waarom een boy wat geeft. Als hij durft een hand terug uitsteken en in de trunk gaat krijgt hij daar op zijn gezicht met een sjambok d.i. zoo iets als een karawats op zijn bloote lichaam.
Rattenparade
top. 4 Dec. 1897
We hebben tegenwoordig ’s nachts groote rattenparade, gisternacht een mooie gevangen, die hebben we een kokend water badje gegeven. En vannacht, zoo hadden we hem opgezet, boem de val toe, weer een leuk ratje. We lieten hem in de val zitten en vanmorgen was de vogel gevlogen. Hij heeft weten een veer los te krijgen en is ontsnapt. Die we nu vangen snijden we de staart af en laten ze dan weer los, dan zegt men verjagen ze de anderen. Nous verrons, als ze maar niet zoo’n spectakel maakten, want dit is verschrikkelijk ’s nachts
Thee op werk, “Koelies”, voorbereiding eigen zaken
top. 10 Dec. 1897
Zoojuist heb ik mij een lekker kop thee laten brengen voor een tikkie, hetgeen bijna elken middag op kantoor drink. Dit is een nieuwe instelling, dat men op kantoor thee, koffie en cacao drinken kan. Koffie en thee /3 en cacao /6. Water drink ik nooit meer en vruchten ook niet meer, daar die handel geheel onder de koelies [Indiers] is en daar onder dit volk de pokken uitgebroken zijn, is het verboden met het goed te venten, trouwens niemand kocht al lang niet meer van hen. Dat is het smerigste volk dat er bestaat. In een kamer slapen wel 60 a 70 mannen met hun vrouwen, zij wonen allen bij elkaar in een buurt. Van de week is er een petitie van vele burgers aan het gouvernement geweest om die koelies uit het land te verdrijven en dat als het gouvernenent het niet deed zij (de burgers) het zelf zouden doen, maar nu zullen ze wel vanzelf gaan, daar niemand meer van hen koopt en dan worden ze wel gedwongen naar hun land [India] terug te trekken.
Promoties zijn opgehouden. Van de extra maand, krijgen we twee derde en nu zijn ze ook ook al aan het ontslaan van lui. Het zou me niets kunnen schelen als ze mij ontsloegen. Wat ik aan de Zasm verdien zal ik met handel ook wel kunnen verdienen. Ik ben b.v. weer met een paar levensverzekeringen bezig [en over handel in sigaren, die ze uit Holland lieten komen.- Ev.d.L].
Er komt op 9 cent duty en 1 cent vracht met doorvoerrechten, dus een sigaar van 3 cent kost ons 13 en dan is het nog een mooie verdienste als we die voor 3 ½ a 4 penny verkoopen, meer kunt ge er en gros niet voor maken.
Dingaansdag, water, geld, Nieuwjaar
top. Nr. 49 – 17 Dec 1897
Gisteren was het Dingaansdag d.i. de verjaarsdag waarop de Boeren, het Zulu-opperhoofd Dingaan overwonnen hebben na een hardnekkigen strijd. Die dag wordt als feestdag gevierd en zooals met andere feestdagen het geval is hier moeten alle zaken en kantoren gesloten zijn. Elzas vroeg ons om een beetje met hem te gaan rijden. Wij slaan natuurlijk niets anders af dan vliegen en zoo gingen we een lekker ritje maken op de dogcar, U weet wel zoo’n hoog karretje, waar 2 voor en 2 achter kunnen zitten.
Ons eerste doel was een visite bij L.., die hun huis al zeer aardig ingericht hebben. Onze looper (cadeau) lag ook al in den gang een heele mooie leeren looper. Tapijten worden hier zelden gebruikt, daar die vlooien en andere U weetweldiertjes aantrekken. Hierna gingen we in een goed half uur naar O’glein park.
Zondagmiddag.
We hadden een heerlijke regenbui. Het is hard noodig geweest daar we bijna geen water gehad hebben. Gister hebben we met ons tweeën in een glas water de handen moeten wasschen. Vrijdagavond was ook een goed buitje, doch ze zijn zoo dom geweest om geen water op te vangen. Nu zijn we verstandiger geweest. Ja water wordt hier langzamerhand geld waard. Ieder ziet bij zijn buren wat te leenen, die het meestal ook zelf niet hebben.
— zal U volgende week L 1.10 zenden [voor verjaardag 12/1 van zijn moeder (Lies vdL)]. Dit geld wil ik absoluut niet hebben dat U in de huishouding of anderszinds gebruikt, U moet naar een japon voor koopen, of iets anders voor eigen, gebruik, dat U liever hebt en mij eens schrijven hoe U het besteed hebt.
De tijd begint ook al iets beter te worden.
30 dec. 1897
Het is thans 4 uur, een jaar geleden zat ik in de achterkamer nog in uw gezelschap. Ja wat is dit jaar voorbijgegaan. Toch kan ik niet zeggen dat voor het eerste jaar te klagen heb, van de week heb ik juist uitgerekend dat in dit jaar reeds L. 100.- overgehouden heb. Dit is in Holland F. 1200.-. Niet dat ik een cent in mijn zak heb, doch ik heb er schulden als anderzinds van betaald b.v. F.200.- aan de Zasm, welk geheel afbetaald is, een F. 550.- aan U en dan nog het geld wat van levensverzekeringen te goed heb, bij elkaar een L 90 dus dit is niet zoo kwaad, wanneer ik het in de zak had.
Van Nieuwjaar wordt bij de Engelschen niet veel gemerkt, alhoewel we toch verscheidene in de nacht tegenkwamen die jomtov [=feest] gehouden hadden en dan gingen we met die lui shake hands en hun toewenschen ‘halo old jack’.
I wish you a happy New Year, sommige waren er bij die zoo lang handen schudden dat het verveelde, maar die hadden te diep in het glaasje gekeken. Neen we hebben daar wel mede gelachen.
Denk er om geld is maar stof, maar gezondheid is wat anders. Hierbij wissel L. 9.10.0 wil s.v.p. de goede ontvangst berichten.
8 Januari 1898
& 14, 28 Jan.: Familiebrieven
Is alles nog het oude in Tiel? Waarom gaat U er niet eens heen om te zien of Tiel nicht viel gebleven is?
4 Februari 1898
In zoo’n land als dit moet men minstens in 5 jaar een klein kapitaaltje bij elkaar hebben, misschien komt het nog, we zullen daarover nog maar niet treuren.
11 Febr. 18-98 Nr. 57
Paul Kruger weer voor 5 jaar benoemd.
De Dreyfusquestie, die weet U evengoed als ik, wat dan, ik weet het niet, ik ben ten einde raad daarover. (later) ik geloof dat Zola de achting van den gehelen wereld met dit gevalletje gewonnen heeft.
Tandarts
top. 18 Febr. 1898
Plotseling kreeg ik van de week zware kiespijn, zoodanig dat ik het den volgenden morgen op kantoor ook niet uithouden kon. Ik dacht, hij moet er maar uit. Nu ik liet dit dan maar even aan den doctor doen, voor koef noen [niets] wel een beetje origineel in zijn kamertje, waar hij ‘s morgens zitting heeft, hij komt elken morgen bij kantoor. Nu hij trok die kies toch heel handig en was ik gelukkig weer van mijn pijn verlost. De vorige kies kostte mij 10/6. Die mooie stoel en pijnstillend middel zijn mij geen 10/6 waard voor een halve minuut.
Wanneer ik in Holland was, dan kocht ik mij een paar valsche kiezen, maar hier zijn ze mij te duur, nl een pond per stuk.
Plombeeren kost een guinea per kies.
Mijnen
top. 25 febr. 1898
—– dat bij Rietfontein diamant gevonden is, maar zooals het altijd gaat kan men er geen grond meer krijgen, daar waren de rijke bliksems al te gauw bij om alles op te koopen o.a. de Robinson Goldmining Cy., Barnato Bros enz. In die heele buurt hebben ze alle farms opgekocht. De rijke lui worden altijd nog rijker.
Gisteravond waren we bij de gymnastiekuitvoering in de Robinson mijn en daarna, toen we naar huis gingen hebben we nog eens eventjes gekeken in de diepte v.d. mijn, 3000 voet diep, niet recht naar beneden maar schuin en daarlangs komen telkens kaffers uit de mijn, die na gefouilleerd te zijn kunnen weggaan en telkens komen er langs groote ijzeren wagens met erts beladen, waaruit het goud gehaald wordt.
4-3-1898
12-3-1898
15-3-1898
Shamback
top. Onze Mrs. was deze week ook ziek en trachtte de boy er gebruik van te maken door alles te verd…. Ik heb hem gister daarvoor op z’n bastje gespeeld en hem gedreigd met de shamback af te ranselen. Hij was vreeselijk beleedigd daarover, maar ging zoo gauw mogelijk het werk doen en toen hij het gedaan had ging hij andere kaffers halen om getuigen te zijn als hij kreeg, maar vanmorgen kwam hij al vroeg zeggen; baas ik zeg voor jou de bad is al klaar. Of dit ook helpt he. Die lui zijn met niet anderes als met slaag goed te krijgen en anders hebben ze geen gezag voor je. Ik hoorde laatst een leuk gevalletje daarvan. Iemand had een kaffer geslagen en die kaffer had hem daarvoor aangeklaagd en de baas werd veroordeeld tot een paar pond, want er was getuige bij geweest, maar daarop riep de baas de kaffer bij zich en sloeg hem nog veel erger, daarop zeide de kaffer, die baas in toch een bajja grootbaas. Die baas kan veel meer als die rechter en na dien tijd was hij altijd goed. Gister zag ik een kolossale zwerm kaffers, die van de baai gehaald zijn geworden om hier aan de mijnen te werken, zeker wel zoo een 500, die lui waren allemaal als beesten vervoerd geworden, allemaal in vrachten, beestenwagens. Nu het zijn ook niet veel meer als beesten, vooral die mijnkaffers, die loopen ook heelemaal naakt op vijgeblaadje na en worden door de bazen gedreven net als zoo’n troep schapen tot koeien, als er een uit de pas gaat, dan krijgt hij een slag op zijn kop met een stok.
Capetown
top Johannisburg, 18 Maart 1898
—— daar we morgenavond naar Pretoria vertrokken om Zondagmiddag half een van Pretoria onze reis naar Capetown voort te zetten waar we hopen Dinsdagmiddag aan te komen om Stella en Alida Frankfort van de boot te halen.
Capetown 22 Maart 1896
Ik ben een beetje vermoeid daar ik in den trein slecht geslapen heb door een zeker soort van beestjes die het bijna altijd op mij gemunt hebben, terwijl H. er heelemaal geen last van heeft en mij bijten ze kolossale blazen. We hadden een coupe voor ons beidjes gereserveerd doch konden niet beletten dat ons gezelschap met een derden gedeeld werd.
We waren goed voor de reis geprepareerd. Dit bestond daaruit, dat Jet ons medegegeven had een gebraden kip, sandwiches, peren, appels, druiven flesch wijn, daarbij hadden we van ons zelf worst en een bus beschuit en daarbij hebben we natuurlijk ook nog het een en ander gekocht onder weg.
Capetown, March 27, 1898.
Het is thans Zondagmorgen, de morgen van den dag, dat hier zoo goed als niets te doen is, de straten anders bijna een Londensche drukte, zijn thans leeg. Ieder die ter kerke, die legio hier in de stad zijn. We bevinden ons in een zeer mooi hotel, n.l. het White House (plaatje). De reden hiervan is dat als men voor pleizier uit is, men niet minder gemak moet hebben als thuis maar eerder meer, daarbij was het boardinghouse, waar we eerst waren zeer vuil en vergingen we ’s nachts van de 1….
Thans bevalt het ons hier prachtig, magnifieke bediening, zuiver kostelijk eten, kortom alles wat men verlangen kan het kost ons 8/6 per dag.
Capetown is een plaats rondom in hooge bergen, tenminste 3 kanten en de vierde kant is de zee. Strand in er echter niet, zoodat hetgeen ik mij voorgenomen had om dagelijksch in de zee te gaan baden mislukt is. De kant is zeer klipachtig en niet het fijne zand dat men in Scheveningen b.v. vindt. Woensdag na gebreakfast te hebben gingen wij op de tweede verdieping van de electrische tram gezeten naar Seapoint, dit is een buiten gedeelte van Capetown, waar vele villa’s staan. Dit gedeelte is op een vooruitstekende punt van de zee gebouwd, vanwaar haar naam. Donderdag gingen we wandelen, het doel de Tafelberg te beklimmen, tenminste een gedeelte, de top was mij een bietje al te bajja hoog. Na de waterworks in oogenschouw genomen te hebben stegen we op. De waterleiding is hier niet zoo als thuis een toren, maar kolossale bassins op de bergen gelegen, waarvandaan het water met kracht de stad in stroomt.
‘s avonds naar de opera gegaan “under the red robe” We gingen zitten op de pit, dit is thuis de 2e rang voor 3/. We hebben ons daar kostelijk geamuseerd.
Robbeneiland & Wijnberg
top Vrijdag het bezichtigen van het Robbeneiland. Dit eiland wordt bewoond door misdadigers, die daarheen verbannen zijn en onder politietoezicht harde arbeid moeten verrichten. Verder zware krankzinnigen en krankzinnigen die zware misdaden bedreven hebben en die niet naar de gevangenis gezonden zijn, omdat de verdedigers hun door krenking der hersenen heeft vrijgemaakt en verder melaatschen, die in een afzonderlijk gedeelte van het eiland in een gesticht wonen, daarheen zijn we natuurlijk niet gegaan, omdat deze nare ziekte besmettelijk is. Trouwens van regeeringswege is het ieder zonder pas verboden daarheen te gaan. Twee maal per week vaart van regeeringswege een bootje op dit eiland, andere schepen mogen het niet aandoen uit vrees dat gevangenen zullen ontsnappen. Drank kan men er niet krijgen zonder een permit. Er zijn natuurlijk enkele dingen als een herberg, bakkerij, slagerij, leesbibliotheek enz. voor de lui die het eiland besturen en de politiemannen enz.
Op het eiland bezichtigden we nog de vuurtoren, hetgeen een interessant gezicht is. Om 4 uur gingen we terug, waarover ik blij was.
Zaterdagmorgen zijn we naar Wijnberg geweest, waar het goddelijk mooi is, natuurschoon en een zeer oud stadje. Het draagt de naam omdat er zeer veel druivencultuur is. Daar de publieke druivengaarden te ver weg waren zagen we toegang te krijgen tot de druivengaarden van Mr. de Villiers, de hoofdrechter van de Kaapcolonie, hetgeen ons toegestaan werd. Ik hoef U niet te zeggen dat wij ons aan die edele vrucht te goed deden.
Over het algemeen vind ik hier Kaapkolonie heelemaal Europeesch, oude gebouwen enz zoo echt ouderwetsch met die kleine ruitjes zooals men ze in Amsterdam ook wel vindt op de oude grachten. Met die soort dingen amuseer ik mij het meest.
Terugreis en eigen weg
top Johannisburg 4 April 1898
Woensdagmorgen 11 hebben we de terugreis met de meisjes aanvaardt. We hadden de geheele reis een compartiment met ons viertjes en hebben de meisjes beneden geslapen en wij boven, maar dit moet U maar niet verder vertellen, omdat dit zoo’n gek gehoor is, maar daar kan men natuurlijk op een spoorwagen niet aan doen.
[antwoord aan zwager] —- buitendien ik heb die leeftijd, T. geloof me dat ik geen les van hoegenaamd ook noodig heb. Ik ben bijna 24 jaar en dus de schooljaren waarin men lessen krijgt gepasseerd. Wat jouw geklets betreft dat ik van jou verlang jij Pa en Moe helpt, neen dit verlang ik geenszins. Zoolang als pa en moe een zoon hebben zal die hun voor broodgebrek vrijwaren en verlangt dat niet van jou. Dit zou mij zelfs grieven.
—-Als ik mij een 50 à 100 pond wil leenen dan kan ik dat ook nog krijgen, daarvoor heb ik mijn naam hier reeds goed gemaakt.
–[betr. H.] Afrika is groot genoeg. Elk kan zijn eigen weg volgen, ik de mijne, hij de zijne.
Pesach, Zionnisme en meisjes
top. J.burg 9 April 1898
Hoe hebt U dit weekje doorgebracht? Ik bedoel de Paaschweek. Vroeger was dit toch prettig, dat beseft men dan eerst wanneer die tijden voorbij zijn, zoo’n Paasch wat waren die toebereidselen, op het schoonmaken na, toch prettig. Weet U nog wel in Tiel, als Joop Hes de boel kwam brengen en van Dijk kwam gomitzbatteldag de tuin in order maken. Ook ’s morgens in de vroegte om 6 uur gaan melken, ja die Zeiten sind vervlogen, die prettige kinderjaren.
Hebt U goed gebouwd [geseiderd; = pesachmaaltijd] en het voor mij mede gedaan, want ik heb er bepaald hoegenaamd gene gelegenheid voor gehad, daar van al mijne kennissen niemand die sijder geeft en mijn plan om naar een publieke sijder te gaan is ook mislukt, daar die van 4/6 dit jaar niet bestond en een andere 3 g. guineas kostte en dit kon bruintje niet trekken, maar wel ben ik geweest Vrijdagmorgen naar de sjoel en een mooie predikatie gehoord over sjier hasjieriem [=Hooglied], bajja mooi. Matzes heb ik gekocht gehad 20 voor 4 shilling. Pa, wat zegt U er van, hebt U alt jaar ook gezegd lesjono habo beroesjalajim [=volgend jaar in Jerusalem; onderdeel van paasmaal-ceremonie]., ik hoor er is een beweging op touw gezet om Jerusalem aan te koopen en dat daar alle Joden uit alle landen zullen heentrekken en daar een afzonderlijk rijk zullen stichten. Morgenavond (10 april 1898) is er hier een vergadering van, het Zionnisme wordt die beweging genoemd. Ik hoor zeer groote lui zijn er voor.
Zionnisme wordt de beweging genoemd…, ja ja wat zijn er toch een gekken in de wereld
Enfin we zullen zien. Ja ja wat zijn er toch een gekken in de wereld.
Sprinkhanen en importmeisjes
top. 21 April 1898
Dezen middag zou naar menschelijke berekening de nieuwe mail al ingekomen zijn, doch door sprinkhanen heeft de mailtrein acht uur vertraging ondervonden. Die sprinkhanen komen dikwijls in zulke zwermen voor dat de lucht er donker van is. Meestal in de Vrijstaat, zelden hier in Transvaal, alhoewel de lui hier het toch al medegemaakt hebben, dat ze overdag het licht moesten opsteken, daar alles duister was door de locusten, zooals ze ze hier noemen. Nu gaan die dingen vaak op de rails zitten en worden ze door de treinen overreden, doch daardoor worden de rails zoo glibberig dat de treinen zeer langzaam gaan of soms dat de wielen van de locomotief draaien, doch de trein stil staat waardoor dan die vertragingen ontstaan. Dit is zoowat hetzelfde als in Europa, wanneer het weer gesneeuwd heeft.
[over de mooie meisjes Frankfort:] —— alhoewel wij hier knappe meisjes gewend zijn, dit wil niet zeggen dat er zoveel zijn, neen het tegendeel is waar, maar die ingevoerd worden zijn van goede qualiteit, want die zijn het gauwste verkocht, alhoewel Hollandsche jodinnetjes zijn er toch weinig.
Kroningsfeest Wilhelmina (& E.Zola)
top. 30 April 1898
Waarschijnlijk wijden de Hollandsche couranten groote colommen daaraan. Hier lezen we alleen in telegrammen. U doet mij een groot genoegen door interesante couranten mij te zenden. Ik zeg het U nu al met de kroning van de Hollandsche koningin belooft mooi te worden.
In zijn troonrede heeft Kruger ook gezegd dat zooveel mogelijk een holiday gemaakt zal worden ter eere der kroning van de jeugdige koningin van alle Hollanders, dit is heel mooi. Alleen de ambtenaren hier van de Zasm, in Joh. burg hebben L 400 ingeteekend voor de feestelijkheden welke hier gehouden zullen worden. Ook mij heeft dat. 5/ gekost, doch ik heb er dit voor over. Als men in een vreemd land is dan verzeker ik U, dat het nationaliteitsgevoel veel grooter is als dat men in z’n eigen land woont.
Van Zola hoort of leest men hier niets meer. Alleen verleden week dat hij nieuwe bewijzen van de onschuld van Dreyfus in handen had. Het zal mij verwonderen wat nog eens het einde van dit proces zal zijn.
6 Mei ‘98
We wonen nu elk afzonderlijk. Kost en inwoning L 8.-
—- is het proces Dreyfus ook. weer begonnen. Esterhazy en Piquard gevangen genomen.
13-5-‘98
Gister was de inzwering van den president der ZAR oom Paul.
21-5 28-5
4-6-1898
Deze maand hebben we weer de sweepstake. lk hoop nu eens gelukkig te zijn
lk zit er tenminste voor L. 2 in 2 syndicaten in een ticket voor mezelf. Je moet een deurtje voor het geluk openzetten, anders kan het niet komen.
11-6, 23-6, 2-7, 10-7, 14-7, 23-7, 30-7
7-8 inleiding kroningsfeesten zie onder.
15-8, 22-8
Joh.burg 7 Aug.’98 Kroningsfeest Wilhelmina
top. Tegen U dezen ontvangt zijn denk ik, de groote kroningsfeesten al in volle glorie. Wat zullen jullie een schik hebben. Ik wilde wel eens even komen kijken. Hier zullen we ook aardige feesten hebben, tenminste ze zijn van plan 8 dagen feest te vieren en is de 31ste Augustus als publieke holiday geproclameerd. Gister was ik nog bij de oefening van de jongens die de eerewacht bij de optocht door de stad zullen vormen. Die jongens krijgen verschillende kleuren pakjes aan rood wit blauw en oranje, voorafgegaan door de muziekcorpsen der politie en der volonteers, waaraan zich alle Hollanders zullen aansluiten, zoo gaan ze allen naar het feestterrein waar versch. sports gehouden worden om fraaie prijzen. ’s Avonds bal. Ik denk dat het wel niet zoo mooi zijn zal als in Holland zelf.
22-8
Hier op kantoor verwijten ze me, dat ik een oranje mesjokkaas heb, daar ik thans al met een zeer mooie cocarde op de borst loop, met een gouden kwartje eraan. Als ik een beetje centen te veel heb dan koop ik ook nog een vlag en zet die boven op een boom om de Engelschen, die zooveel van hun Koningin houden ook eens te laten zien dat de Hollanders dit ook doen. Dit is feitelijk de heele Zweck van de feesten hier om niet voor de Engelschen onder te doen.
Hier op Braamfontein, de Hollandsche wijk, begint het er al een beetje feestelijk uit te zien daar verschillende lui al de vlaggen uitgestoken hebben. Je kunt nu al de Hollanders kennen aan de oranje strikjes.
In Pretoria maken ze 8 dagen feest, maar daar gaat het ook beter, daar daar zeer veel Hollanders wonen, hier in J. burg is bijna alles Engelsch. De meeste Hollanders die hier zijn zijn spoorweglui.
3 Sept 1898
Nu woensdagmorgen waren we al vroeg aan het terrein, vanwaar de optocht naar het feestterrein zou aanvangen. De stoet bestond grootendeels uit kinderen, een paar ruiters met vaandels er tusschen. Voorop gingen de Hollandsche jongens, de eerewacht voorstellende, daarop de Transvaalsche eerewacht, gekleed in boerencostuum met geweer op schouder, daarop honderden jongens en meisjes. De meisjes allemaal in het wit met de nationale kleuren. De jongens allen met oranjesjerpen, vlaggen in de hand enz. Ze trokken onder het zingen van die echt Hollandsche liederkens de stad door naar het feestterrein. Ook wij waren natuurlijk met honderden anderen met een cab achter de stoet met nationale kleuren om de hoed en cocarde op de borst. Ja, ik ben nog nooit zoo oranje en vaderlandslief geweest als hier, trouwens niet alleen ik, maar ieder met mij, thuis in Holland denkt men er niet aan, omdat men onder Hollanders altijd is, maar hier waar alle natiën vertegenwoordigd zijn, is de een al trotscher op zijn natie dan de ander en tracht ieder zijn eigen natie hoog te houden, vooral tegenover de Engelschen. Die zijn mesjokke met hun queen en moesten de Hollanders toch ook toonen, dat zij ook mesjokke waren met hun Willemientje.
Nu na aankomst op het feestterrein, hetwelk geheel achter de kopjes lag, gaf dit terrein een heel aardig effect daar er honderden vlaggen, oranje vlaggen, Transvaalsche. Hollandsche natuurlijk bovenaan geheschen waren. Hct terrein had anders iets van een kermis, 2 mallemolens, oliekoekenkraam, schiettent, wilde beestenspel met ringgooien, kraampjes, enz. In de voormiddag sprak Ds. Godefroi de feestrede uit, waarna de standaardvlag (met byzondere toestemming van het gouvernement) onder het knallen der schoten van de Transvaalsche eerewacht geheschen werd. Verder waren er dien morgen kinderspelen om prijzen, ’s middags werd dit voortgezet, doch waren er toen ook gewone sports voor mannen, anders echt Hollandsch b.v. mastklimmen, waaraan een ham, harmonica enz. hing en wekte dan ook wel de lachlust van velen op zooiets ziet men hier nooit. ’s Avonds was er bal, maar het was er zoo vol, dat bijna niet gedanst kon werden.
Ze maken hier anders leuke dansen, vlug en leuk. De dames zweven daarbij, onder a. verschillende quadrille-vormen.
Vrijdagavond was er weer uitvoering met bal van onze Vereeniging Het Vliegend Wiel (Zasm spoorweg) hetgeen tamelijk aardig was.
2 Oct.1898 [zie verder onder Sept.’98]
Zooals ik lees moet het in Amsterdam prachtig geweest zijn. Hoe indrukwekkend moet de speech van de koningin geweest zijn in de kerk. De vreemde bladen wijden alle mogelijke lof uit op onze koningin. Dit vind ik ook zoo mooi van dat zij zoo echt vrouwelijk is, want zoo ik lees heeft zij telkens echt meisjesachtige uitdrukkingen gebruikt. De diamanten die zij om had zijn de diamanten, die in 1829 te Brussel gestolen waren van de toenmalig koningin van Holland en eerst later in Amerika teruggevonden zijn. Sinds dien tijd is dit de eerste maal dat ze gedragen zijn door een onzer koninginnen.
De waterfeesten moeten ook goddelijk geweest zijn, waardoor het natuurlijk zoo mooi was, was ten eerste de kroning van een koningin waar vanzelf al meer drukte van gemaakt wordt dan van een koning, tweedens is het 8 jaar geleden de vorige koning dood is en dus wordt daar niet meer over gerouwd, hetgeen anders nog altijd het geval is bij op de troonkoming van een nieuwen vorst. Tot half 2 van nacht heb ik me nog geamuseerd door in mijn bed de door U mij toegezonden telegrafen te lezen.
Dreyfusz & Joodse Feestdagen
top 11-9-1898
Wat zegt U van Dreyfusz. Dat zaakje heeft ook een mooie keer genomen, het proces herzien Esterhazy gevlucht, Henri eigenmoord. Ja dit gaat goed. Nu zie ik hem wel vrijkomen. Dit moet toch een mooie voor die Zola zijn, maar ik ben toch nog bang dat dit zaakje de risjes in de hand zal werken tegen de Joden.
19-9-’98 Joodse feestdagen
Gistermorgen 2e dag rousj hasjono [=joods Nieuw Jaar] was ik naar sjoel met L. We waren laat gekomen pas om half 10, maar was toch nog lang genoeg, daar eerst om 12 uur uit was. De gazan daar, rebbe Shloum, een polk, die alle woorden heel anders uitspreekt dan de Hollanders. Hij is daarom moeilijk te verstaan. Aangezien ik met L was gekomen dacht het bestuur wel dat ik een familielid was en boden ze me dadelijk een zijden taille met magzoor [gebedskleed en gebedenboek] aan, daar ik de mijnen niet bij mij had en wat het mooiste is, ik kreeg pesiege, de laatste van moesef [=betrokken in extra gebed op feestdagen] , dit is een heele mooie is het niet? Het is maar goed dat ik met laainen [=tora-lezing] er niet was, want misschien hadden ze mij dan ook opgeroepen en dat had mij zeer zeker niet weinig geld gekost, gaai kronen gaat hier maar om een haverklap en dit is 18 x F 3.-.
Rousj hasjono en Joum Kipoer zijn de eenige feestdag die ik houd, voor de overige kan ik heusch geen gelegenheid vinden. Trouwens dat zijn ook de eenigste die hier algemeen gehouden worden, zoowel door vrijen als vromen. De vromen doen ook niet meer, ieder is op zijn manier vroom, b.v. na sjoel staan er honderd cabbies de lui af te wachten om naar huis te rijden, dit in heel gewoon en dan gaan ze nekowed jomtof [=ter ere van feest] niet thuis eten maar in een hotel, hetwelk natuurlijk trijfe is, want kousjere hotels bestaan hier niet, wel zoogenaamd maar daar geven ze voor kalfsvleesch spek en dat is nog bij vieze Joden, waar geen mensch gaan wil. Hier in Johannisburg doen ze het nog mooier, daar is een sjoel, waar de lui zonder hoeden zitten en een orgel, viool enz in de sjoel is. Dan is de sjabbis een dag versprongen en wordt die op Zondag gevierd. Dit is de vrije gemeente zoogenaand. Ik ga er eens een kijkje nemen.
2 Oct
2e dag soekoth. Van dergelijke feesten merk je hier niets, alhoewel er hier massa’s joden wonen.
Op sjabbesmorgen gaan ze naar sjoel met rijtuig en sigaar in den mond, vandaar naar de winkel, die vroomheid hier is bespottelijk, maar er is niets aan te doen, men kan hier eenvoudig niet vroom zijn, kousjer vleesch is niet te krijgen. Alida vertelt van de week, ze kon wel kosjer vleesch krijgen naar geen kousjer vet, dus dat is niet goed genoeg, dan is het maar het beste om niets te doen.
Nu zal ik ook eens wat nieuws vertellen n.l. dat ik candidaat procureur ben geworden. Nu wat zegt U er van? Als U nu verwonderd daarover bent dan zal ik U vertellen dat het mij heelemaal geen moeite gekost heeft want de raad van examinatoren mij op grond ven mijn gedaan eindexamen in verband met mijn vervolgde studie mij beschouwd heeft als dit examen met lof gedaan te hebben, zoo ook hebben ze me gemaakt candidaat landmeter en als ik wilde candidaat wis en natuurkunde, doch daarvoor wenschten ze mijn cijfers te zien behaald bij het eindexamen en verzoek ik U beleefd deze mij per keerende mail te doen toekomen. Ze moeten liggen in de secretaire.
Wel is waar heb ik niet veel aan die dingen maar de lust is bij me opgekomen, om misschien nog eens voor procureur op te gaan. Hier kan misschien nog wel een beetje geschipperd worden met de lui, behoef nu maar alleen het laatste examen te doen. Enfin het kan hier ook wel mee gaan als met zooveel honderden andere plannetjes die al van mijn leven hier gehad heb, vandaag zoo en morgen denk je weer quite anders maar in ieder geval vertel geen sterveling een woord daaromtrent.
2 Oct 1898
De oorlog is op handen met Magato en daarvoor wordt L. juist opgeroepen om onmiddelijk op de office te komen, daar extra treinen voor hot slagveld moeten loopen. Magoto is een kafferhoofd die onder het gouvernement hier staat. Nu zijn die hoofden verplicht de belastingen van hun onderdanen te ontvangen en die aan het gouvernement af te dragen. Het eerste heeft hij wel gedaan maar het laatste niet en nu zijn 5000 boeren opgecommandeerd die hem …. moeten brengen.
Oorlog komt hier maar een enkele keer voor.
7 Oct, 16 Oct,
23 Oct
Er zijn ongeveer 20000 goed gewapende kaffers in ’t veld en daartegenover een klein handje boeren. Nu wordt de boerenmacht versterkt doordat er hoopjes lui opgecommandeerd zijn, het eerste nemen ze de burgers van dit land, dan de genaturaliseerde burgers en tenslotte de vreemden, dus wij komen het laatst aan de beurt, maar dan zou ik nog niet gaan, aangezien ze geen recht hebben , om een uitlander op te commandeeren.
Louis W. is volburger en is gister opgecommandeerd. Of hij zal gaan dat weet ik niet maar als hij niet gaat, dan kost het hem ongeveer 50 pond voor een plaatsvervanger te stellen.
29 Oct
Nu hij heeft een remplacant gesteld maar nu kan het toch wel zijn hij er mettertijd aan verdient, want hier gaat het gewoonlijk zoo, men voert oorlog en in den regel zijn de boeren gelukkig en komen overwinnend uit den strijd, dan wordt het overwonnen land gedeeltelijk onder de opgecommandeerden verdeeld, die dan somtijds er goed bij varen, omdat je het mazzal kunt hebben, dat een stuk grond vol goud of diamant of andere delfstoffen zit. Nu zoo iemand gaat dan niet zelf mijnen, maar verkoopt het mijnrecht voor een enorm kapitaal en zoo zijn er al verscheidenen hier rijk geworden.
7 Nov. 1898
betr. de Magoto war kan ik zeggen dat de hoofdstad genomen is en dat de kafferkoning Mpafu gevlucht is in een spelonk, twintig uur ver onder de grond. De boeren gaan er natuurlijk niet in want eerstens zouden ze door de benauwde lucht en het water dood zijn voor ze er waren. Tweedens zouden ze door de kaffers doodgeschoten worden, maar nu laten ze de spelonk door dynamiet in de lucht springen en dan Mpafu er wel uitkomen, dood of levend, dan zal de goeie man het wel een beetje benauwd krijgen. Drie boeren zijn gesneuveld en natuurlijk een paar honderd kaffers.
27 Nov. ’98, 5 Dec. ’98, 12 Dec. ’98
19 Dec. ‘98
Holiday Dingaansdag, herinneringsdag van 16-12-1838, dat de boeren de groote slag bij de Bloedrivier op de Zoeloe’s net het hoofd Dingaan gewonnen hebben.
…Zeer warm, in de office minstens 92 F.
Spoorzaken Pretoria & Elandsfontein
top Pretoria 25 Dec. 1898
Overgeplaatst naar Pretoria op het station, waarvan de chef bericht heeft ontvangen van den baas om mij in alle mogelijke zaken van de binnendienst op de hoogte te brengen, zoo was dan mijn eerste werk op pakketten en bagageafdeeling. Als ik dit ken, dan ga naar afdeeling ticketsverkoop, daarna moet ik op mijn ouden dag telegraphie gaan leeren enz. Wat het doel hiervan is dat weet ik niet, maar een slecht doel kan dit bepaald niet zijn. Wat de kantooruren betreft schmeckt mij de graue grits. Deze week ben ik ’s morgens al om 6½ uur begonnen tot half negen, ven half 9 tot half 10 vrij om te breakfasten, weer van half 10 tot half 2 werken, dan weer vrij tot half 4 en dan weer werken tot 7 uur.
Nu deze week heb ik weer andere dienst, van ’s morgens half 9 tot 12, van half 2 tot half 5 en van 7 tot 11. Deze beide diensten om de week en dan om de veertien dagen Zondagsdienst enfin werken kan mij niet schelen en ik verzeker U dat zo weinig werk als ik vroeger had zooveel heb ik nu, het is hard aanpooten en nog vreemd daar nooit iets met werkelijke dienst te maken had gehad, maar het zal gauw genoeg wennen.
Elandsfontein 1 Jan. 1899
Ik zit tegenwoordig in Elandsfontein aan het station tickets te verkoopen. d.w.z. sinds Donderdag toen ik de vorige avond om half 12 aanzegging kreeg dat den volgenden morgen om half acht naar Elandsfontein moest gaan vervangen, daar iemand ziek geworden was. Het is hier kolossaal druk en zit ik van vanmorgen 5 uur reeds hier op de office ter eere Nieuwjaar tot vanavond half twaalf dat de laatste trein voorbij is (met net tusschenruimten van 3 maal 20 minuten om te gaan eten).
Ik kan morgen uitslapen daar eerst om twee uur op dienst behoef te komen tot half twaalf weer. De vorige dagen begon mijn dient van 5 to 2 maar aangezien om de veertien dagen een van de twee elkaar aflossende klerken de Zondag vrij heeft moet de ander diens dienst waarnemen, vandaar mijn lange werkdag vandaag. Het eenige wat goed is, dit op vreemde plekken werken betaalt, want de eerste 4 dagen krijg ik 15 sh per dag extra dan volgen 4 dagen van 10 sh. dan weer 8 van 7 sh. en verder zoolang als je er blijft 5 sh. extra. Het kost natuurlijk ook veel meer den op je standplaats, want nu ben ik hier in een hotel gelogeerd, met permissie altijd, want voor ik op de kamer ging slapen vond ik deze zoo helder dat er eerst een tinnetje insectenpoeder gestrooid heb en daarna goed carbol overal. Vandaag zijn zeker wel een paar honderd pond door mijne handen gegaan, doch daar heb ik niets aan, want ik mag er niets van houden alleen goed oppassen dat niet te weinig beur of niet te veel change geef want dan moet ik zelf het verschil bijpassen.
Het in hier zoo’n gehucht dat nog geen postzegel krijgen kan en dit is notabene nog een van de voornaamste dorpen van de Transvaal, dus kunt U denken hoe de kleinere nog zijn.
De mof waarmede ik hier samenwerk Herr Stück is mij hier wel behulpzaam en heeft me met het werk op de hoogte gebracht want het is me een baantje om aan die kaffers tickets te verkoopen. Dan komen ze baas, ticket naar de kolonie, dan vraag ik naar welk staatsie ga jij loop. Aikonne baas d.w.z. dit weten ze niet, maar dan laat ik maar geld neerleggen, lk roep dan malie en van daar uit maak ik op waarheen ze willen. Als ik dit weet en de malie te pakken heb, dan is het waar is jouw pas en dan waar is die pokkiespas, bewijs dat ze ingeënt zijn, anders mogen ze niet reizen, maar ze zijn zoo stom dat je er soms heelemaal niet wijs van wordt en roep maar hanba d.w.z. ga loop of voetsach en soms haal er een tolk bij want dan spreken ze hun eigen taal, daar snap ik nog niet veel van b.v. mesjansjana, dit beteekent dan een heel ander station en dan komen weer de kaffermeiden lachen om je te vermurwen om een ticket zonder pas te geven maar daar krijgen ze geen kans voor, want dan zou ik er zelf kunnen inloopen.
Dezen week had ik er een die had. geen pokkiespas, dit was een koelievrouw. lk zei aikonne pas aikonne ticket, toen wilde ze ik zou haar maar even pokkies inprikken, ja men kan er wel eens om lachen.
Vanmorgen was ik het dorp bezichtigen hier, U kent toch Drumpt, nu dat is er een wereldstad tegen, doch het station hier is druk, daar dit zooals in Holland Utrecht het kruispunt van alles is.
Fonteinen 8 Jan.1899
Vanmiddag zit ik een paar uur op Fonteinen voor Zondagdienst om op het station hetwelk een kwartier van Pretoria verwijderd is en waar een mooie picnictuin is, kaartjes te verkoopen. Alleen op Zondag worden hier tickets verkocht omdat dan vele lui picnikken gaan en loopen er dan extra treinen van Pretoria en terug.
Het station is een tentje op wielen. Wachtkamers 1e en 2e klasse buffet en zoo is er niet bij. De laatste keer dat ik er was heb ik moeten lachen, toen was n.l. de sleutel van het station zoek. Nu je neemt alles uit Pretoria mede, de tickets, de compositeur en alle verdere benoodigdheden. Toen ben ik maar in het gras gaan zitten, gewikkeld in m’n regenjas en de lui om mij heen om de tickets te koopen. Ik dacht bij mezelf, dit is echt primitief, dit zal in Holland ook niet gebeuren, maar het voornaamste was, die lui kregen tickets en konden in de trein stappen. Wat het werk aangaat, het is niet onplezierig, daar ik veel met het publiek in aanraking kom, maar wat de werktijd betr niet zoo prettig, bij elkaar 10 uur, dit is wel een beetje veel voor een land als dit.
Nu moet U toch eens weten wat mij vanmiddag gebeurt. Ik van Fonteinen weg met het spoor belast met de overgebleven kaartjes. Nu in de trein ben ik bezig om een pakket een touwtje te binden en flap daar valt me het pakje uit de hand uit den trein voor L 5.- aan kaartjes. Goede raad is duur, ik steek mijn hand uit en maak het sein voor de machinist om te stoppen. De trein stopt en ik aan het zoeken, jawel heelemaal terug bij -Fonteinen daar loopt me een kaffer met de tickets in de hand.
Ik zeg jou skelm geef die tickets terug en ik terug, toen mocht ik dit wegje mooi te voet afleggen naar Pretoria terug.
14 Jan. 1899,
Malie, muskieten & overplaatsing
top. 23 Jan 1899
[over een huwelijk] —-En er wordt hier op fijne komaf gelet, malie [=geld; xhosa: imali] malie überall, dit is de Afrikaansche adel.
Pretoria 29 Jan. 1899
[betr. bruidsschat zuster] ——ik heb zoveel ondervinding dat men z’n beste en intiemste vrienden niet vertrouwen kan.
Pretoria 12 Februari 1899
—- gaan eten in hotel de Nederlanden, hetwelk hier aan onzen neef toebehoort.
—–als die krengen van muggen zich maar eens bedaard hielden, maar dit verd…., ze die donders. Ze gonzen en bijten net of mijn gezicht hun kost voor vanavond is ware en dan moeten ja die vliegen ook nog er bij komen, die ellendige dingen. Het is hier een echt insectenland, dit komt doordat er geen vogeltjes zijn om ze op te eten, het is zoo sterk dat je ’s nachts niet van slapen kunt en hebben bijna alle menschen wat wij hier ook over de bedden hebben de zoogenaamde muskietennetten, dat is zoo een groot behang Moe als U vroeger in Tiel om Uw bed had, maar dan niet van goed maar van heel fijn gaas en natuurlijk zonder ene enkele opening.
19-2-‘99
27-2-’99 uit dienst bij het spoor
We hebben vandaag Holiday, n.l. Amajubaday, de herinneringsdag van de groote overwinning van de boeren op de Engelschen en moeten alle kantoren en zaken volgens gouvernementsaanschrijving gesloten zijn.
Nu kreeg ik een slechte boodschap dezen week, dat ik gekeurd moest werden voor den dienst der Zasm in ’t lage veld. Dit is het ongezonde gedeelte, waar de lui verrekken als de muizen. Natuurlijk niet veel idee er in, dat snapt U maar ik werd goedgekeurd. Nu was ik gisteren naar Johannis burg om te zien wat er aan te doen is. Van een particuliere Dr. daar kreeg ik een bewijs dat hij me afkeurde. Met dit ding gewapend is mijn plan dezen week bij den grootbaas op audientie te gaan en zie een herkeuring te krijgen. Nu dat lukte niet. Ik kreeg bericht dat ze mijne overplaatsing in geen geval herroepen zullen en de brief behelsde dat ik reeds hedenmorgen 6 Mrt. 1899 eerste trein vertrekken moest.
Wat denkt U dat ik deed? Natuurlijk niet gaan. Uw zoon heeft zijn haggie veel te lief, die lijkt nog niet om dood te gaan of om eeuwig koorts te houden. Ik heb daarom vanmorgen vroeg een brief geschreven dat ik de verklaring van mijn doctor acht boven die van de Zasm doctor, die mijn persoon niet kent, dat ik daarom niet van plan ben on te gaan, tenzij een herkeuring door een derden. Mijn idee is, dat ik antwoord krijg dat ambtenaar H. is geschorst en na een paar dagen ambtenaar H. ontslagen uit den dienst.

Wat dan, enfin nog maar niet getreurd, misschien is het voor mijn best, hoewel de tijd momenteel verschrikkelijk slecht is. Getracht heb ik al ergens een betrekking te krijgen maar na niet te krijgen en bovendien betalen ze slecht.
13 Maart ‘99
[over familieroddelpartij].
Eigen baas
Zzp-er
top. 20 th March 1899
Ik ben nu aangevangen voor eigen rekening te handelen. Mijn voornaamste ding is levensverzekeringen, waarin deze week waarschijnlijk een L. 500 afgesloten heb. Ik reken er op de eerste 3 maanden mijn kosten niet te verdienen, maar misschien dat ik een kans krijg. Dan heb ik ook een agentschap voor het district Pretoria in van Renswoud’s boter en margarine, waar echter niet veel verdienste aan is. Op dit moment heb ik een kantoor met een kennis samen, doch zal ik zien een kantoor voor mezelf. te krijgen. Er zijn echter zeer weinig open op goeden stand. Deze week heb ik voor een enkele kamer L. 5.- geboden. Ze wilden het niet voor minder dan L. 6.- geven en heb ik het daarom laten afspringen. Ik ben dan van plan om daar tevens te gaan slapen met een groot gordijn voor het bed, net of daar achter mijn boeken staan, dit is dan om vooreerst een kamer uit te sparen. Het is anders zeer zwaar om zonder geld te beginnen maar wat zal men doen, het best door de rauwe appel heen te bijten. Ik ben nu heelemaal begonnen, heb stempels laten maken, papier laten drukken, naamborden, agentschapsborden enz. het eenigste wat me nog mankeert is de bankrekening.
Dat ik tegenwoordig niet zulke groote brieven meer schrijf dat is geen onwil maar onmacht. Er valt werkelijk nooit iets interessants voor en te veel businesszorgen heb ik in mijn hoofd, dat ik al die vroegere nonsens kan opmerken.
Bruiloft
top [van Jacob Loterijman en Alida Frankfort]
Pretoria 26-3-1899
eerst burgerlijk trouwen. Dit gaat hier mooi toe. Men gaat daartoe naar den landdrost met een pijp in den mond heel ongegeneerd, bruid in gewoon allerdaagsch costuum en bruidegom en getuigen dito. De landdrost vraagt hoe lang is jij al in die land. Na er een voldoende tijd te zijn geweest zegt hij, dan mot jij maar teeken. Bruid en bruidegom teekenen, dan de getuigen. Op de vraag of het huwelijk nu al bindend was, antwoordde de landdrost: neen, nou ken jij nog van elkaar af, eerst wordt het bindend wanneer jij voor de rabbi elkaar die rechterhand gegeef he.
Half 3 zou de plechtigheid plaats vinden. Van de eerste lui waren er bij, gojiem, als bruidsmeisje fungeerde jongejuffr. van Alfen, dochtertje van den postmeester generaal der ZAR en als jonker een jodenjongetje. Na minche [middaggebed gezegd te zijn kwamen onder de tonen van het orgel de bruid met geleide binnen. Het orgel was voor dit doel naar de kerk gebracht. De ceremoniemeesters gingen voor de oroun hakoudesj [=heilige arke] en ontrolden de baldakijn waaronder bruid en bruidegom gingen staan en had de goppe [huwelijk] plaats, waarbij de rebbe een korte mooie spits in Engelsch afstak.
[daarna receptie in Caladonian Hall]
De rebbe stelde weer de heildronk in, waarin hij de ceremonie in de kerk verklaarde omdat er zooveel gojjiem bij waren. Om 5 uur gingen bruid en bruidegom naar huis en om 8 uur met het spoor hun eerste huwelijksnacht naar Johannisburg tegemoet.
’s Avonds om half 9 begon het bal dat zeer geanimeerd was tot half 3 en gisteravond zijn bruid en bruidegom thuisgekomen om bij de eerste sijderavond [=pesach-maaltijd] tegenwoordig te zijn.
Kroegbaas
top. Pretoria 2-4-’99
Ik heb nu ook aangenomen de boeken in de bar van hier bij te houden, hetgeen 2 x een half uur in de week vereischt en waarvoor ik L 4.- in de maand krijg. Om U de waarheid te zeggen ben ik blij van de ZASM af te zijn want een mensch heeft veel meer kans als een vrij man.
Pr. 10-4-‘99
L. heeft mij voor een start 1/5 aandeel in een zaak van hem gegeven n.l. in het hotel “de Nederlanden”. Daarvoor heb ik een paar uur per dag controle te houden en in dien tijd tevens de boeken bij te houden. Dit vijfde bedraagt als de zaken goed gaan, ongeveer L.15.- per maand, dus dat is niet zoo kwaad als bijzaak. Zoo U ziet heb ik tegenwoordig mijn eigen firma met telegramadres, allemaal voor de bluf want zoolang als ik zaken doe heb ik nog geen telegram ontvangen, maar het lijkt mooier voor iemand die mij niet kent.
Het komt er hier niets op aan wat men doet, of men op een bierkar rijdt dan wel of men kroeghouder of bankier is of lid van de volksraad, all is quite the same, wie het meeste geld verdient is van de grootste adel. Vindt U dit nu niet vreemd die toestanden hier, in elk geval zijn ze uitstekend, beter als in Holland dat een pennelikker z’n kop opsteekt tegen een werkman. Hier is ieder hetzelfde, voornamelijk als hij een beetje ontwikkeld is.
(hier …beter als in Holland waar een pennelikker z’n kop opsteekt tegen een werkman. Hier is ieder hetzelfde, voornamelijk als hij een beetje ontwikkeld is.
Pr 17 April 1899
Van de week heb ik een zeer drukke week gehad voornamelijk met het hotel en was ik daar een nacht tot 6 uur met Jacob L. omdat er een uitvoering van de athleten club was en onze barman zelf medewerkte, zoodat wij achter de bar moesten staan, zoodat we den volgenden dag een beetje Katzenjammer hadden. Ik weet nog niet of het hotel erg betalen zal, elk zoopie kost een six-pence tenminste de gewone ordinaire zoopies. En andere een shilling.
Zwasiekoning
top. Pretoria 17-4-’99
Van de week was Bunu hier, de koning der Zwasiekaffers een vuile kaffer, die L. 1000 per maand van het gouvernement inkomen heeft. Dit geld brengt hij er door met zuipen. Ik was even met Alida kijken in mijnheer zijn vertrekken, die zoo smerig waren dat U het niet kunt voorstellen. Hij had bij zich ongeveer 100 onderdanen, die echte wilde menschen zijn. Het v1eesch braden ze zoo maar boven een vuurtje dat ze op den grond aanmaken en trekken ze maar elk een stuk af. Buiten deze onderdanen had hij medegebracht drie van zijn geliefde vrouwen, die zoo goed als naakt in zijn compartemant waren en zich niets geneerden, ook zwart natuurlijk. De koninginnen bedelden om een shilling, die we hen gaven en lieten ze zien hoe mooi ze gevormd waren enz. Op een andere keer dat J. met L. er waren, lag de koning met een vrouw te vrijen op het bed, terwijl de andere vrouwen om de tafel zaten te spelen. Mijnheer geneerde zich niet erg er voor want hij deed het met open raam en licht op. Ze zijn erger dan apen.
L. heeft er nog een goede aan gehad, daar de koning alle mogelijke prullen uit den winkel opgekocht heeft en er dubbel en dwars voor betaald heeft.
Hotelkosten, verzekeringen
top. Tobie ik vertegenwoordig de London & Lancashire Fire Ass. en voor ongelukken de the African Ins. Corp Ltd en moet nog een assurantie voor ziekte krijgen, waarvoor ik dezen week zal moeite doen.
Pr. 23-4-’99
Wat de zaken betr. nu daarin heb ik momenteel niet te klagen, de toekomst laat zich goed aanzien. Ik heb nu van L. 50% aandeel gekregen in het hotel en bar waarin ik nu het grootste gedeelte der dag ben en dat niet slecht ga.
Ook dezen week was de vergadering tot het oprichten van de young mans Hebrew social and debating society. Ook ik was daarbij en hebben ze mij in het bestuur gekozen.
Pr. 30 April 1899
Papier hotel restaurant “De Nederlanden”
Pr. 7 Mei 1899
hondje gekregen fox terrier
Pr. 15 Mei 1899
Nu zit ik weer op de office (hotel) met mijn kop vol zorg hoe ik vandaag alle lui betalen moet, ik heb n.l. zoowat L.200.— te betalen, waarvan ik nog geen 40 heb, enfin dat zal ook wel weer losloopen. Ik heb n.l. hier de geheele leiding der zaak op mij en heb onder mij een barman, een waiter, een kok, een witte juffrouw en 4 kaffers. Wij zitten op groote kosten hier. De expenses per maand zijn ongeveer L.150.-
Pr. 22 Mei ’99
Pr. 29 Mei ’99
Zorgen over zaken en zuster
top. Pr. 5 juni ’99 [=zijn verjaardag]
(betr. gazzene [=trouwerij] zuster Jet)
Laten de menschen sjmoezen wat ze willen, dit hindert niets.
Maakt dan toch geen nar van U zelven om voor pleizier van vreemden U diep in de zorg te steken. Uzelf amuseeren doet U toch niet op een bruiloft of het moet zijn dat U alles laat aannemen en er zelf niet naar omziet, maar dat kost weer plenty malie. Mijn idee is voor den wereld zult U alles doen, maar wat maalt U om de wereld. Nu U zorg hebt voor het geld wie geeft het U? Niemand. Uzelf in diepe zorg steken ten pleiziere van vreemden, die zeggen zullen we hebben ons goed geamuseerd.
Jet je weet de omstandigheden even goed waarom van jou bruiloft niet zooveel gemaakt wordt als indertijd voor die van Rika.
Believe me jou grootste plezier komt na de bruiloft.
Pr. 12 Juni 1899
(over hotel) —– het geld dat ik stuur dat ikzelf verdien met werken. Als ik dan ook einde dezer maand merk, dat de zaak niet betaal, dan ga ik er ook niet 1anger werken, want heb ik aan 45% winst, als de winst een dr…. blijkt te zijn.
19 Juni, 24 Juni, 2 Juli, 8 Juli
23 Juli 1899
(finantiele zorgen om het huwelijk van zijn zuster waarvan de a.s. echtgenoot F. 1000.- wil hebben)
— eh met de Jodengemeente heeft men altijd gedonder. Laten die lui zich nu niet vinden, Pa als U zegt U had het geld niet om U vroeger balboos te maken. Waarachtig met de Joden is het altijd wat, die mollen je altijd als ze er kans toe zien.
Woensdagavond zal ik me sjikker drinken, trouwens allemaal motten ze eens goed aanstellen, een bruiloft op mijn eigen handje.
31 July 1899
Kijk hier is het spreekwoord, in Afrika is het onbekend wat eerlijk en oneerlijk is. Wanneer iemand gedurende 10 achtereenvolgende jaren hier geweest is, dan moet hij eenmaal naar Europa om niet alles te vergeten wat eerlijk is. Het is ook werkelijk zoo. Hoe harder je hier schwindelt hoe beter koopman je bent en hoe meer kans je hebt om geld te maken.
Johannesburg 7 Aug. 1899
Ik ben uit het hotel omdat dit niet goed ging.
Editor Randpost
top 12-8’99
Ik wil laten zien dat ik sub-editeur van de Randpost geworden ben. Het is een leuk baantje Overal waar wat te doen is ga je heen om verslagen van te maken. Bovendien is het een zeer net baantje overal word je geëerd als je komt in qualiteit van de pers en leert lui kennen. Mijn verdiensten zijn vooreerst L.17.10 , als ik beval zal gauw L. 2.10 meer krijgen (p. m.)
Nu heb ik ook vaak hard te werken op de office voornamelijk als de courant uitgegeven wordt, het corrigeeren er van, zorgen dat alles op de goede plaats komt enz. daar ben je dan wel tot een uur of 3 à 4 mee bezig in den nacht, maar dan natuurlijk den volgenden dag grootendeels vrij.
Soms denk ik na en dan moet ik lachen hoe ’t hier in ’t land gaat, eerst spoorwegman, dan levensverzekeringsagent, dan kroeghouder, dan journalist, hier past alles, dat komt misschien dat er zoo weinig meisjes hier zijn, zoodat alles maar passen moet.

Johannesburg 20 Augustus 1899
Het is vandaag de dag dat men slechts aan den Heere mag denken, dat men slechts ootmoedig naar den Hemel zien mag en van dezen afsmeeken: O God geef geen oorlog, houdt vrede.
Dit heeft President Krüger voorgeschreven dat Zondag 20 en 27 Augustus dagen zouden zijn van verootmoediging opdat de Afrikaansche God hen helpen zal.
Ik ben journalist tot dat de oorlog komt en wie dan leeft wie dan zorgt. De Randpost is kolossaal op de hand der boeren dus bij eventueele oorlog zullen de Engelschen het eerst op dit blad gemunt hebben en dus smeeren wij hem dan allen zoo gauw mogelijk.
Nu momenteel wordt algemeen aan oorlog gedacht, Van den week was er al een voorbode n.l. dat een schip beladen met ammunitie in Delagoabaai [Maputo] door de Portugeezen gestopt is. De Portugeezen hadden natuurlijk instructie van de Engelschen.
Ik wil U voorbereiden dat als er oorlog komt U voor eerst op geen brief behoeft te rekenen want de mail wordt natuurlijk niet meer verzonden. In elk geval geloof me, maakt U nergens bezorgd over, alles komt recht.
Maar ik hoop dat er geen oorlog komen zal want de boeren zijn in hun gelijk. Oom Paul is progressief genoeg. Nu van den week heeft hij weer een verzoek uitgevaardigd om de joden gelijkstelling in alles te geven.
J.b. 27 Aug. 1899
Als de boel eenmaal eens goed voorbij is, dan kunnen we daar nog over aan onze kleinkinderen vertellen.