1. Reis via London naar Zuid-Afrika (1896/’97)

1. De Reis

Op weg naar Londen

Vlissingen

31-12-1896 

Zeer lieve Ouders, Henriette, Rika, Tobie & Cobusje,

Na een tamelijk prettiger reis ben ik zoeven hier gearriveerd en ben Herman wachtende. Wees nu maar vrolik en opgeruimd. Ik ben het ook. Uit Londen zal (ik) U meer schrijven, heb geen tijd, 

Veelmaals gegroet, Isaac

Complimenten aan allen.

Noordzee

1-01-1897

Zoëven ben ik opgestaan op het geroep van de scheepsjongen, het is kwart voor zes uur. Ik heb tamelijk goed geslapen en wil hopen U dat eveneens gedaan zult hebben. Van Den Bosch tot Vlissingen heb ik eerst tot Breda met twee studenten gereisd en daarna alleen en had ik aldus de tijd om na te denken over de vervlogen uurtjes in ouderlijke armen doorgebracht en ik vond natuurlijk het afscheid zeer onplezierig, doch bij nader denken vond ik het idee van het weggaan zeer prettig, want ik ga een hele mooie toekomst tegemoet, en bovendien heb ik nog een ander doel, veel geld verdienen.

Na mijn eenzame overpeinzingen arriveerde ik te precies 11 uur in Vlissingen, waar ik bagage naar de cabin bracht en twee plaatsen voor Herman en mij besprak. We gingen te samen aan boord en beschouwden de boot aan alle zijden. Het is een zeer mooie boot, genaamd Prins Hendrik, en zeer groot. Ik heb al met zeer veel lui kennis gemaakt en zijn er veel meer die naar Transvaal gaan, aan hun tickets te zien. De slaapkamers zijn grote zalen met verschillende bedden erin, wel 50 op dezelfde kamer. In het begin ging het slapen niet zo goed, maar na verloop van een paar uur had ik de slaap gepakt en sliep door tot half 6 ongeveer. Ik ben volstrekt niet zeeziek geweest, hoewel volgens zeggen van de zeelui, de zee volstrekt niet kalm geweest is. Hierna werd het signaal gegeven, dat de boot aankwam. Zodoende zit ik nu na het ontbijt, zaterdagmorgen in Londen deze [brief] te schrijven. 

Nadat we gistermorgen van boord gingen was het nog donker en werd ons goed geïnspecteerd. Ik o.a. moest mijne zakken uitpakken, omdat ik verdacht voorkwam. U kunt begrijpen hoe ik in de rats zat omdat ik veel minder sigaren aangegeven had als dat ik werkelijk bij mij had. Tweedens had ik geen tabak aangegeven, waarvan ik 4 pakjes had. Ik verantwoordde mij door te zeggen dat ik naar Transvaal ging en toen moest ik mijn kaart laten zien en was ik vrij.

In Queensborough stond de trein klaar, waarmede we naar London doorstoomden; zo een vlugge trein heb ik nooit gezien. Hij zette ineens de reis naar London voort zonder op te houden. Naar mijn gissing gaat de trein bepaald 3 maal zo snel als de Hollandse treinen.

top

London

1 January 1897 (brief 7 januari)

Vrijdagmorgen kwamen we ongeveer 8 uur te Londen aan en regelden ons goed, dat we als handbagage hadden mede genomen. [Daarop] beschouwden we het station om uit te vinden waar we moesten uitgaan, toen we M. tegenkwamen, die gekomen was om ons van de trein te halen. [ ] en richtten onze schreden het eerst naar Hotel Africain, een soort van bierkelder zouden wij Hollanders zeggen, maar voor Londen schijnt het niet zo min te zijn en gingen daar het eerst de inwendige mens versterken door het nuttigen van koffie met broodjes.

Na dit gedaan te hebben gingen we eerst naar het station van afvaart van de underground railway. Dat is een spoor dat onder de stad rijdt. Het is dan ook altijd donker en de treinen zijn altijd verlicht. De treinen op zich zelf zijn in Engeland veel mooier dan in Holland, tenminste wat 1ste class banken betreft, het zijn daar namelijk zachte banken. De verwarming laat echter veel te wensen over daar er geen stoomverwarming is ++++en ze zeer karig met waterstoven zijn.

Daar mijn metgezel iets moest weten over een artikel voor vlees goed te houden, gingen we naar de vleesmarkt. Die is alleen zo groot als bepaald de gehele stad Tiel. Er zijn daar slagers, die misschien 200 á 300 beesten hebben hangen. Ik geloof dat daar de gewone slagers kopen. Nadat we ook andere markten in ogenschouw namen, begaven we ons weer naar de underground railway om naar Holborn viaduct te rijden, de zogenaamde city.

We gingen ons nachtlogies verschaffen in Hotel Old Bell, natuurlijk alles een beetje op een koopje. Hier gingen we tevens het nodige brood met vlees, dat ik bij me medegenomen had vanuit Amsterdam. Na dit gedaan te hebben stelden we ons weer op mars en liepen in het voorbij gaan bij een apotheker naar binnen, waar we een bijzonder soort van limonade gebruikten, dat goed was voor de zeeziekte. Het heet lamblouch drank, hetgeen maar een penny kostte.

Hierna gingen we in een omnibus zitten, een zeer leuk voertuig met 2 paarden bespannen, wat feitelijk een gewone Tielse omnibus van Hotel Corbelein is, maar waar je van achter met een trap naar boven klimt. Boven is het nog meer bezet dan van binnen en het is dan ook voor iemand die met de Londense drukte niet bekend is, zeer aan te raden om daar boven op te gaan zitten om een ideetje van Londen te krijgen. De rijtuigen, cabs, omnibussen, equipages, enz. zijn dan ook ontelbaar om je heen. Meestal is de kop van het paard van het volgende rijtuig in het voorgaande en volgen ze zo elkander op. Met kruiswegen is het dan zeer aardig te zien, daar eerst alle rijtuigen van de ene richting moeten passeren en een volgend ogenblik alle rijtuigen van de andere richting. Opmerkelijk is het de gehoorzaamheid daar aan de politiemacht. 

Wanneer een politieagent de arm verheft, dan staat alles stil. De politieagenten zijn dan ook een geheel ander slag mensen als in Holland. Het zijn bepaald beschaafde zeer ontwikkelde mensen, die te allen tijde bereid zijn om je de gewenste inlichtingen te verschaffen. We hadden het genoegen om met een politieagent wel gedurende een half uur een onderhoud te hebben bij ons vertrek naar Southampton. Deze was bepaald een zeer vriendelijk ontwikkeld man, die de moderne talen alle vloeiend sprak. Daar ik het ongeluk gehad had mij te snijden, hielp hij mij met het leggen van een pleister erop en met mijn bagage en alles. Ik wil U hiermede alleen vertellen, wat voor ander soort lui het zijn als in Holland.

Nu ter zake, ik bemerk dat ik geheel en al van het doel van mijn schrijven afgedwaald ben. In het midden van de staat is de weg voor alles wat rijdt. Handwagens ziet men er niet, aan de kanten van de straten zijn trottoirs, die wel zo breed zijn als de volle breedte van de Kalverstraat. In het midden van de straat is bepaald niet te lopen en moet men wachten met het oversteken van een weg totdat de rijtuigen stil staan, alsdan moet men er hard overheen lopen. We passeerden op de omnibus de rechtbank, ’t stadhuis, Hotel Cecil, verschillende theaters voorbij de Thames, Charing Cross Station naar Trafalgar Square.Het zou natuurlijk overbodig zijn U te vertellen van de grootte en uitgebreidheid dier gebouwen, daar U er zich toch geen voorbeeld van maken kunt. Toen we op het Trafalgar Square arriveerden, wachtte ons daar een prachtig gezicht. Verbeeldt U op een zuil, misschien 6 x de hoogte van de Tielsche toren staat het standbeeld van Nelson, de held uit de tijd van Napoleon, aan de eene zijde van het plein staat een goddelijk museum omgeven door een prachtig park, aan de andere zijde komen verschillende prachtige wegen uit. In het midden van het plein staat het boven omschreven standbeeld omgeven van andere standbeelden. Toen we het Trafalgar Square voorbij waren passeerden we de parlementsgebouwen, grote verschrikkelijk kolossale prachtig gebouwen, waarvoor huzaren in prachtige uniformen te paard geschaard stonden, hetgeen de indruk natuurlijk zeer vermeerderde.

Daarna gingen we te voet voorbij de Westminster Abbey aan de ene zijde en het Parlement House aan de andere zijde. Om u de gebouwen te beschrijven dat gaat niet, zoiets moois heb ik nog nooit, zelfs op een plaatje niet gezien. Verbeeldt U de gebouwen geheel en al in Gotische stijl opgetrokken met zijn prachtige torens van boven van boven van koper met blauw geëmailleerd.

Aan de zijde van het parlements house ziet men naar beneden in een prachtige valley, in de omtrek hiervan is de Thames, die we natuurlijk ook niet nalieten te aanschouwen. Daarvoor plaatsten we ons op de Westmister bridge en hadden een prachtig gezicht op het brede water, waar aan de overzijde zich zeven prachtige gebouwen verhieven, welke de hospitalen van Londen zijn.

Hierna gingen we weer met de omnibus om ons naar Picadilly te laten vervoeren. Hierbij passeerden wij de Waterloo place, waar we ook weer zeer mooie standbeelden te aanschouwen kregen. In Picadilly is Slater’s Cafe, waarheen we gingen. Dat is een zeer mooi café met damesbediening, hetgeen trouwens in Londen bijna overal is en we gebruikten daar Christmas pudding met koffie. Chistmas pudding is een soort kugel met saus erover. U begrijpt, dat ik gesmuld heb. Hierna hingen wij te voet voorbij het postkantoor en de Koninklijke Academy langs het `Greenpark, een zeer uitgebreid groot park naar Hydepark. De weg die wij toen gepasseerd hadden is de rijkste buurt van Londen. De lanen in het Hydepark zijn allemaal oplopend, er zijn ook bepaalde ruiterwegen, waar zeer druk gerij van equipages en heren en dames te paard was. In het park is een prachtig standbeeld oorstellend het vrijheidsstandbeeld van de Hertog van Wellington, dat geplaatst is door George IV, koning van Engeland. Ook is er in het park een zee groot meer waar de ganse dag geroeid wordt. Wij verlieten het Hydepark oor de marmeren poort. We stapten weer op de omnibus, natuurlijk weer bovenop en reden tot de Liverpool street tot welks doel we door de Oxford str. reden. Dit is een zeer brede, kolossaal lange straat met onvoorstelbare grote dwarsstraten aan beide zijden en verder door de Regentsstr., waar wij natuurlijk overal prachtige winkels met prachtige uitstalkasten te zien kregen. De breedte van de winkels is naar mijn gissing wel zo groot als de lengte van de Hoogesluis tot de Kerkstraat. In onze rit passeerden wij nog verschillende merkwaardigheden, o.a. gebouwen zoals ze vroeger in oude tijden in Londen gestaan hebben met zeer kleine ruitjes, et. Hetgeen natuurlijk zeer aardig uitkomt bij het prachtige nieuwerwetse wat men te zien krijgt. Verder zagen we de gevangenis, het postkantoor, het telegraaf-telefoonkantoor, het stadhuis, verschillende banken, waaronder de Bank of England, waar wij konden naar binnen zien en misschien wel duizend geëmployeerden waren. In de nabijheid van de Beurs is het Liverpoolstation, waar wij van de omnibus stapten na ongeveer een rit van een uur gedaan te hebben voor één penny.

We bezichtigden natuurlijk ook het station, waar het Central Station van Amsterdam in dansen kan. Hierop gingen we weer te voet door Whitechapel, door de Jodenhoek, die er ook als is, naar de Tower. Dit is de oude gevangenis van Londen waar o.a. Maria Stuart onthoofd is. Tot mijn zeer grote spijt hadden we geen tijd de Tower van binnen te bezichtigen en moesten wij ons tevreden stellen met het grootse van buiten te aanschouwen. Tot dit doel begaven wij ons op de Towerbrug, dat is een brug over de Thames. Het gebouw is geheel opgetrokken van grote witte stenen en bestaat uit een hoofdgebouw met verschillende kleine gebouwtjes er om heen met ontelbare torens, waar vroeger de misdadigers in gevangen gezet werden. De gehele Tower is omgeven door zeer hoge muren met grachtjes er omheen op de wijze van de grachtjes met de bruggen van kasteel te Zoelen, slotpoorten enz. Van buiten nog overal bewapend zoals het vroeger was, ouderwets natuurlijk met de oppassers te paard en te voet in ouderwetse kleding. De Towerbrug is een brug van ongeveer 10 min. Lang. Om U enigszins voor te stellen zal ik hierbij een schetsje ervan geven:

In het midden van de brug staan 2 hoofdgebouwen waartussen de ophaalbrug is, aan de kanten van de brug staan verschillende prachtige gebeeldhouwde, mooie stijlen waartussen prachtige verbindingslijnen gaan.

We vervolgden onze weg en komen in de Towerstraat, die we doorgaan naar de Londonbridge. Op deze weg komen wij voorbij een plek, waarvan de naam mij ontschoten is. Hierop staat een zeer hoog monument geheel van marmer, dat men bestijgen kan, doch waarvoor wij geen tijd hadden. Hierna gingen wij naar de St.Pauls church, d.i. de grootste kerk van Londen, een Roomsche kerk, die ze bezig zijn te restaureren. De kerk is veel groter dan het paleis op de Dam, van de koning en is geheel van gebeeldhouwd hardsteen. Voor de kerk staat een prachtig wit marmer beeld omgeven door verschillende kleine beeldjes. Naar de ingang van de kerk gaat men door het bestijgen van verschillende trappen, waarna men komt aan een ingang zoal die van de Beurs op de Dam, maar natuurlijk veel groter en ontzagwekkende. In het midden van de kerk is een zeer prachtige glazen koepel. 

Daarna gingen we weer op de bus naar Piccadilly en passeerden Ludgate Circle, zo genoemd omdat het pleintje, dat die naam draagt zo rond is als een cirkel. Over het algemeen merkte ik op dat er in Londen zeer regelmatig gebouwd wordt.

Zo zachtjes aan was het donker geworden en hebben we niet te klagen gehad die dag niet genoeg van het hemelse licht geprofiteerd te hebben. In de avond zijn de winkels ook heel mooi en zijn er veel die kleurschakeringen hebben, waarmee Moos, de hoedenwinkel in de Kalverstraat met St. Nicolaas zo uitmuntte.

We gingen naar Cafe St.James, waar we om ongeveer 5 uur aankwamen en gingen daar een bittertje drinken. Spiritualiën zijn in Engeland zeer duur om rede van de hoge accijnzen die geheven worden en ze worden rondgediend in waterglazen. Elke Engelsman doet er dan ook water bij. Hier vandaan gingen we nog wat omwandelen o.a. gingen we de galerij bezichtigen ongeveer zoiets als de passage in ’s-Hage, maar veel groter en mooier. M. liet ons een diamantwinkel zien, waar misschien voor een miljoen waarde uitgesteld was.

Hierop gingen we dineren in een zijstraat van Piccadilly. Om U de waarheid te zeggen kon ik het haast niet vr…., echt op z’n Engels, zonder zout. Tussen haakjes, nu ben ik dat soort eten gewend, daar we hier op de boot ook zo hebben en smaakt het tamelijk goed, maar ik verkies toch ons echt jiddiesje eten boven al die hakkelefietjes.

Nadat we gedineerd hadden moesten we natuurlijk de spijzen verwerken en dachten dit niet beter doen te kunnen, dan om een straatje te gaan rondlopen, dit hadden we die dag ook nog niet gedaan. We gingen dan nog maar eens enige drukke buurten bezichtigen, waar mij o.a. opviel een grote stoommachine die over de straten heen rolt

De om ze, die overdag van het gerij erg te lijden hebben, weer glad en effen te maken. Nadat we enige tijd gelopen hadden en onze beentje begonnen te voelen, gingen we naar Café Frascati, d.i. een zeer mooi prachtig café. Het is eigenlijk een circus, waarin een herenkapel zeer mooi speelt. Op dezelfde manier als panopticum, doch de zaal is veel mooier. Die zaal is een wintertuin en men vindt daar de mooiste planten in. Ons oorspronkelijke plan was om die avond een mooi theater of iets dergelijks te bezoeken, maar daar wij uit zijn om rijk te worden, dachten we de eerste stap daartoe is zuinig zijn en wat moois zien kost mooi money. Alzo kuierden wij om ong. half elf naar Hotel Old Bells. We zochten spoedig onze kamer op en het duurde niet lang of Morpheus had haar arm over ons uitgestrekt en we lagen spoedig in een diepe slaap, waaruit we de volgende morgen + 8 uur ontwaakten op het geklap van de waard. We kleedden ons spoedig aan en gingen breakfasten, hetgeen bestond uit brood met eieren en koffie en gingen een brief aan U schrijven, die ik in Southampton beëindigd heb. Zo langzamerhand was het 10 uur geworden en kwam M. om ons af te halen om de wereldstad te verlaten.

We hebben het bijzonder in Londen getroffen, want het was vrijdag (1 Jan. 1897) zeer mooi weder en de zaterdag van ons vertrek heerste er zulk een dikke zwarte mist, dat men geen hand voor ogen zien kon en de straten dan ook alle door de lantaarns verlicht waren. In ieder geval hebben we Londen gezien zoals het gewoonlijk is, in mist en ook in mooi weer.

Ziedaar ons dan nu op weg naar Holborn viaduct om onze bagage van de cloakroom te halen, een cab te nemen en met ons drieën naar Waterloo-station te rijden, waar de trein naar Southampton om 11 u 40 weggaan moest, doch eerst om 12 uur vertrok.

Na van M. afscheid genomen te hebben stoomden we weg en lieten we de stad, waarin we gedurende één dag zo oneindig veel geprofiteerd hadden, met zijn druk gejoel achter ons. In de trein rekenden wij af, H. en ik, en kwam er op mijn portie te staan F. 8.75. Dit is toch niet te veel niet waar?

In een vreemde stad waaronder logies en eten en alles en zóveel geprofiteerd en daarenboven alles wat wij gehad hebben, heeft M. (begeleider) ook gehad. Wij hebben natuurlijk alles voor hem betaald.

Ik heb nog vergeten te beschrijven, dat ik in Londen voor een sixpence een klein lederen beursje gekocht heb, OM DE TOEKOMSTIGE GOUDEN PONDEN ZEER CHIQUE TE BEWAREN.

Tot hier mijn reis naar Southampton.

Voor heden adieu.

top

Over zee

Southampton

2 januari 1897

The Union Steam Ship Co Ltd

Union liner S.S. 'Norman' leaving Southampton
Union liner S.S. ‘Norman’ leaving Southampton

Een half uur geleden gearriveerd. De boot heb ik bezichtigd. Hij is prachtig mooi. Op het ogenblik schalt de muziek. Tussen 4 en 5 gaat de boot vertrekken. We zijn vanmorgen om 11.40 min. Van Londen vertrokken. De reis was nogal vervelend. In Londen was vanmorgen zware mist, doch die is onderweg opgetrokken. Op het ogenblik is het prachtig weer, alles ziet prettig en aangenaam uit.

Wees dan voor heden veelmaals gezoend van Uw U zo innig liefhebbende        Isaac

In de neighbourhood of Madeira

top 5 th January

Zeer gaarne had ik U een geregeld verhaal van mijn reis gezonden, doch zeeziekte belet mij geregeld aantekeningen te houden.

Zaterdagmiddag zijn wij met het spoor tot vlak voor de boot gearriveerd en hebben ons enige tijd bezig gehouden met het zoeken van onze handkoffers, die we als passagiersgoed medegegeven hadden. Daarna gingen we op de boot, regelden ons goed en gingen op dek in afwachting dat de boot zou vertrekken. Om + 5 uur kwam er een sleepboot, die onze kolossus van wal sleepte. Dit ging nog niet zo heel gemakkelijk, want het eerste kabeltouw, dat daartoe gebruikt werd, knapte als koek, terwijl er een kolossaal vuur zichtbaar werd. Onder genot van muziek en een daverend hoerah vertrokken we eindelijk om 5 uur.

Aan de lunch heb ik niet deelgenomen. Om half 7 uur was dinner, toen hadden we naar ik me flauw herinner soep, rijst met een potatoe, meat met saus, fish etc. echt Engels, zonder zout.

Zaterdagavond kregen we thee met biscuits en waren er luidjes, die piano speelden en weer anderen die zongen. O.a. was er éen stomdronken, waarover we ons allemaal slap gelachen hebben, daar die kerel de zonderlingste dingen uitgehaald heeft.

Nadat we aan boord een poosje gelopen hadden en een sigaar gerookt hadden zijn we ongeveer 11 uur naar bed gegaan. Onze slaapkamer bestaat uit 4 slaapplaatsen.

Zondagmorgen stond ik om half 7 op. Doch had zeer gauw de zeeziekte te pakken. U kunt U niet voorstellen wat dat zeggen wil. Wanneer men eten ruikt is dat al iets afschuwelijks. Het was ook beroerd ellendig weer, zeer hoge zeeën en koud winderig weer. Vanmorgen is het wat beter, d.w.z. de buitenlucht. We waren op de hoogte van ~Lissabon, het weer is heerlijk zoel, niettegenstaande de zee ruw en wild is. Het schip slingert dan ook op een kolossale wijze, op en neer en dan de nodige zijdelingse bewegingen, dus kunt denken dat de maag wat door elkander geschud wordt. Als ik straks geschreven heb, ga ik op het dek wandelen, d.i. te zeggen: hard op en neer lopen om de zeeziekte te verdrijven, Ik zal U nu vertellen hoe ik de dag vandaag doorgebracht heb. Vanmorgen om 6 uur, d.i. te zeggen Portugeese tijd, een verschil van ongeveer 40 minuten met Amsterdam, kreeg k mijn bed een kop thee, daarna ben ik opgestaan, ben gaan wandelen op het dek en ben om 8 uur gaan breakfasten. Om 1 uur gingen we lunchen. We hebben 700 man aan boord. Deze bestaan uit 4 eerste klasse passagiers, 218 2de kl., 140 derde kl. en 230 equipage, dus u ziet een heel dorp. Morgenochtend 7 uur hopen we te Madeira aan te landen.

Madeira

top Vrijdagmiddag 8 januari 1897

(…) We gaven de waiter order om ons direct te roepen als Madeira zich even liet tonen. Om 6 uur Woensdagmorgen (6/1) daar hoorden we tik-tik, Gentlemen you will arise, Madeira is in sight. Haasje repje, scheer je. Opgestaan, eerst de een dan de ander, omdat we ons niet tegelijk kunnen aankleden.

Om 7 uur ga ik aan dek en daar vertoont zich een gedeelte bergen in de onmetelijke watermassa. Het gezicht is treffend, langzamerhand beginnen zich die bergen uit te breiden, het eerste zichtbare punt begint langzamerhand in een streep, de streep zich langzamerhand in een gordel van bergen te veranderen en op die bergen beginnen allengs lichtpunten zichtbaar te worden, evenals men wel eens in winternachten bij helder weer op straat punten ziet flikkeren, die blijke stukjes glas o iets dergelijks te zijn. Het zijn door een kijker gezien, allemaal op zichzelf staande huizen, die zo we later hoorden, bewoond worden door wijnplanters. Langzamerhand begint alles duidelijker en duidelijker te worden. De zichtbare punten beginnen zich dan ook nu als huizen voor te doen. De toppen van de bergen zijn in de wolken gehuld. We varen verder en verder totdat de stad Madeira zich eindelijk vertoonde. De gehele stad is gebouwd tegen de helling van een berg, een gedeelte in een dal, de huisjes zijn bijna alle wit. E zagen prachtige moskeeën, villa’s en zich bij gewone huizen afstekend goddelijke tuinen, overal wijngaarden. Op de bergen zagen we ook zich overal dikke bomen verheffen. Hetgeen het aanzien nog fantastischer maakte, was dat de zon de stad bescheen en twee mooie veelkleurige regenbogen zich van de hemel over de stad tot in de zee verspreiden. Het is voor mij onmogelijk U dit meer in bijzonderheden te beschrijven, daar is een geoefender pen voor nodig.

Nadat we een heel klein ogenblik het anker voor Madeira hadden laten vallen vertoonden zich ontelbare roeibootjes aan de kust van de stad, die elkander beijverden om het eerst aan de Norman te komen. In een ogenblik waren er dan ook honderden bootjes in de nabijheid van ons schip. Die bootjes werden allemaal geroeid door uitstekende roeiers en zwemmers, die zo goed als naakt, alleen met zwembroeken aan, telkens i het water sprongen en duikten. Overal hoorde men een geschreeuw van die lui of ze je voor 2 shilling aan land mochten roeien. De meesten maakten hiervan gebruik, daar er geen andere verbinding was met het eiland. Ook kwamen ontelbare bootjes aan beladen met koopwaren, die aan boord gebracht werden. In weinige ogenblikken konden we dan ook niet meer merken dat we op zee waren. Hier zag men kooplui met dekstoelen, daar met zonnehoeden, verder met kanten gehaakte shawls, bijouterieën, fotografische gezichten van het eiland, vruchten, kortom alles wat het eiland voortbracht, uitgezonderd wijn, die aan boord niet verkocht mocht worden. Iedereen was aan het kopen. Ik kon evenmin aan de verleiding weerstand bieden en kocht mij o.a. een zeer mooie chaise longue. Ik betaalde daarvoor L 0-8-. Tweedens kocht ik mij een zonnehoed voor een six-pence, derdens een bloem op mijn borst voor een pence. Iedereen was die dg met bloemen getooid, hetgeen trouwens een Engelse mode is. Het zag er zeer prettig aan boord uit. Nadat de boot een uur of 3, 4 stil gelegen had, welke tijd gebruikt werd tot het inbrengen van drinkwater en proviand, kwamen allengskens de passagiers allen van het eiland terug, gedost in de mooist bloemen, allen een weinigje van het edel druivennat, dat de naam van het eiland draagt, vrolijk geworden.

De eilandbewoners moesten met hunne waren het schip verlaten en spoedig was het schip weer zoals het gekomen was, alleen bezet met honderden stoelen. Gedurende enige tijd amuseerden wij ons met het zien naar die geoefende zwemmers, die voor een shilling in de zee duikten en behendig door hen uit het water gehaald werden. Om ongeveer 4 uur stoomden wij weer door. De stoel die ik gekocht heb is een rieten leuningstoel, die ik van onderen kan uitschuiven, zodat ik er lang op kan uitliggen en vanboven is er Madeira op gevlochten. Ik heb die gekocht natuurlijk niet alleen voor de reis, maar hij is ook heel prettig voor mijn toekomstige kamer.

Het schip

Ik zou U gaarne geregeld verslag willen geven van alles wat ik zo’n gehele dag doe, doch zulks wordt vervelend, daar de ene dag hier precies op de volgende gelijkt.

 Ik zal U ongeveer de boot beschrijving en het leven gedurende één dag, waarvan ik vervolgens meer de bijzonderheden, waarmede zich de ene van de andere dag onderscheidt, zal berichten.

Plattegrond S.S. Norman
Track chart van de reis van SS Norman
ss Noorman
source: http://www.bandcstaffregister.com/page4346.html (met meer info en foto’s)

Onze boot, de Norman is de 3e Steamer der Maatschappij en is 7537 tons groot, de grootste, de Britan, is geloof ik nog niet in de vaart, doch de tweede, de Scott wel, die 7815 tons groot. De kapitein van onze boot heet Molony. De dokter Fenpulhet. De boot is lang 302 voet breed 53 voet en diep 37½ voet en de stoomkracht is 7500 paardenkrachten. De voorsteven, het puntig toelopend gedeelte wordt bezet door de derde klasse en de vierde klasse, daarop volgt de eerste kl. Die het grootste deel beslaat, dan de 2e kl. die ook een tamelijk groot gedeelte beslaat, doch ik denk niet meer dan de helft van de 1e kl. En daarop volgen in het achterste gedeelte, het rond toelopende deel, de derde klas. Het allerbovenste gedeelte van de boot is niet voor de passagiers toegankelijk, dit is alleen voor het scheepsvolk om de richting van de boot te besturen enz. enz. Ik kan u hier niet veel van vertellen omdat ik het niet te zien heb kunnen krijgen. Daar beneden is het dek voor de 1ste en 2e kl. Passagiers. De eerste klas heeft bijna 2 derde en de 2e kl. ongeveer een derde van dit dek. De scheiding daartussen is met koperen staven. In het midden van het dek zijn natuurlijk in het gedeelte van de eerste klasse de 1ste kl. smokingroom, de lees- en schrijfkamers enz., in het 2e kl. gedeelte alleen een smokingroom, die zeer comfortabel is ingericht. Hierin staan een paar tafeltjes, waaromheen stoelen staan, die aan de vloer vastgemaakt zijn, verder rondom de kamer banken en in het midden een buffet, ook is eraan bevestigd een knop, die als men hem omdraait gloeiend wordt om de sigaaren aan te steken. Ik zag sigaren, maar die worden niet veel gerookt, elke Engelsman rookt een pijp afgewisseld door sigaretten. Aan beide zijden van de rookkamers heb je nu het eigenlijke dek met hoge verschansingen opdat je niet over boord kunt vallen. Die dekken zijn bezaaid met stoelen, elk heeft zijn eigen stoel. Die dekken houden op als men bij de 3e kl. komt, in de ingang van de rooksalon voet een trap naar beneden op de eerste lagere verdieping van het dek, vindt men de privaten, met waskamer en verder is dit dek meer voor keukens, slaapplaatsen van personeel machinekamer geloof ik enz. Ook weer aan beide kanten hiervan zijn smalle paden, zodat men kan wandelen. Wanneer men de trap waarmee men hier gekomen is, vervolgt komt men in de eetzalen en slaapvertrekken. Aan het uiterste gedeelte van de 2e kl. aan de kant van de 3e kl. beslaat de eetzaal de volle breedte van de boot en is zo vierkant. Hierin staat de piano en 8 hele grote tafels, waar omheen weer allemaal stoelen vast aan de grond gemaakt zijn. Op elke tafel staan bloempotten en bloemen en het licht komt hierin met kleine ronde venstertjes aan de zijden en een grote opening in de zolder in het midden., die op het bovenste dek uitkomt, daarvandaan komt ook de lucht grotendeels.

Het middengedeelte weer van deze. Verdieping wordt ingenomen door de machinekamers. Aan beide zijden hiervan zijn de cabins, elk in de breedte 2 cabins, dus kunt U zeggen in de breedte van het schip 4 cabins en daarvan oneindig veel naast elkaar. Wij beslapen cabin 261. Zo’n cabin is nu net te groot, met moeite kan men e met zijn drieën in staan, hoewel elke cabin voor 4 personen ingericht is. Aan beide zijden slapen 2 personen boven elkaar. Boven de bedden zijn platen kurk, die in gordels gebonden zijn, om in tijd van nood om je lichaam te binden. Verder is er een wastoestel. Je kunt dit openslaan en dan is er de kom en voor het water behoef je een kraantje open te draaien. Ben je klaar met wassen, dan maak je de wastafel dicht en het vuile water is meteen weg.

Wij hebben, kunnen we zeggen de mooiste hal, want zoveel mogelijk in het midden v.d. boot, buiten de reuk der keukens aan de kant van het schip, zodat we licht en lucht hebben.

Op dezelfde verdieping heb je de badkamers, scheersalon enz. en verder doorlopend kom je in de appartementen v.v. 1e kl.

Rondom het schip hangen voor zover de ruimte het toelaat reddingsboten voor in tijd van nood. De meeste hiervan zijn van zeildoek gemaakt, die in elkaar geslagen zijn. Moeten ze gebruikt worden, dan zijn het tamelijk grote boten.

Verder op het dek heb je een grote bel, die elk half uur geluid wordt, om 4 uur is de aflossing van de wacht, dit begint 12 uur dan 4, dan 8 enz. Is het nu half 1, dan luidt de bel ting, 1 uur ting ting, half 2 ting ting ting en zo tot 4 uur, alsdan begint hij weer van voren af aan. Zodoende weet men altijd precies hoe laat het is.

’s Morgens om 6 uur komt de waiter je in bed een kop thee of koffie met biscuit naar verkiezing brengen, daarna staan we op, gaan een bad nemen in de badkamer, kleden ons aan en gaan op het promenadedek wandelen of in de stoel zitten, liever liggen, hetgeen een genot is. Na daar ongeveer een uur gezeten te hebben begint het langzamerhand breakfasttijd te worden. We gaan naar beneden in de eetzaal, daarna gaan we weer naar boven en besteden onze tijd of met het spelen van een dammetje, hetgeen heel anders gespeeld wordt als dat wij het gewend zijn. Het Engelse dam bestaat uit 12 schijven aan beide kanten. Ook spelen we wel een schaakje of een whistje of Engelse spelen, b.v. het werpen van schijven op een bord met nommers, die de meeste ogen maakt, wint. Ook het werpen van ringen op afstanden in bakken, enz. enz. Ook lezen we wel in de stoelen. Het leven hier op de boot is zeer aangenaam, we leven hier een prinsenleventje. We denken nergens aan als om zo pleizierig mogelijk de dag door te brengen. Dagelijks worden er races samengesteld, loterijen gehouden, enz. Veel afwisselends ziet men op een dag niet, het is eens een zwerm vogels, of bruinvissen die men ziet boven het water uit springen, die vissen zijn zo groot als een zeer grote kabeljauw. Soms ziet men een boot, hetgeen in de eerste dagen meer voorkwam als nu. Ook vliegende visjes hebben we gezien. Hetgeen hier ook o prettig is, is het klimaat. We hebben elke dag het mooiste weer, zo warm als in Holland de warmste dag in de zomer, trouwens we komen ook elke dag meer naar de equator en in de equatorstreek is het natuurlijk zeer warm, daar de zonnestralen loodrecht op je neer vallen. Nadat we Madeira gepasseerd hadden, begon het al warm te worden. U kunt U indenken hoe vreemd dat was, als ik naga dat het in Holland het hartje van de winter is. ’s Nachts slapen we met open ramen, daar het onder in de cabin anders onhoudbaar is. 

Zo’n leventje bevalt en worden we dan ook kolossaal verwend. Als ik wat nodig heb, dan bel maar om de waiter. We worden helemaal lui gemaakt en zal ons de groue grits smecken als we in Transvaal aankomen en zo zuinig mogelijk leven moeten.

Donderdagavond was er bal voor de 1&2e klasse. Het dek dat elke avond mooi electrisch, hetgeen trouwens het gehele schip, verlicht is was die avond nog extra mooi verlicht. De vloer was zo glad als een spiegel gemaakt en langs de kant waren de verschillende vlaggen van alle mogelijke naties gedrapeerd. Het dek had dan ook niet het voorkomen van een schip maar geregeld van een balzaal. Er kwam een orkest bestaande uit + 15 man en het bal begon, wel de 1e en 2e klas gescheiden, doch elk afzonderlijk zag er feestelijk uit. In de 2e klas is het oneindig veel gezelliger dan in de eerste. Daar waren de heren allemaal gerokt en met witte das, de dames allemaal in baltoilet gekleed en ging het er stijf toe. Wij Hollanders hebben aan het bal niet meegedaan daar we de Engelse dansen meestal niet kenden (bijlage balboekje) en tweedens omdat we ook niet `zozeer met de dames bekend waren. We spreken wel geregeld met ze, doch wij zijn niet zo intiem met hen als de Engelschen. Met de heen gaan we allemaal zeer minimaal om. We zijn er niet de gehele avond bij gebleven en zijn in de smoking room gaan zien naar het bluf spelen van echte Engelse gokkers, die dan ook ponden gewonnen en verloren hebben. Zo’n gegok heb ik nog nooit gezien.

Vanmorgen 10 January was er kerk hier aan boord. Het schip is geregeld een dorp op zichzelf.

De meeste heren hier zijn nu helemaal in ’t wit of met sporthemden. Mij spijt het ook dat ik geen katoenen pakje medegenomen heb en gele of witte schoenen. Ze worden algemeen gedragen.

Op het Schip

top Donderdag 14 January 1897

De zee is zo kalm alsof het de Amstel is. We kunnen dan ook n iet voelen dat we zo snel vooruit gaan. Het schip beweegt zich haast niet.

—–gewonnen in de sweepstake d.i. een loterij, waar ik ook enige keren aan mee gedaan heb. Je betaalt 2 shilling en dan wordt er getrokken of ze met een nommer uitkomen of niet. Komt men met een nommer uit, dan wordt die publiek verkocht en de helft van de opbrengst van het nommer krijgt degene die met het nommer uitgekomen is. De andere helft wordt in een pot gedaan en beloopt soms bij elkaar alle nommers 18 tot 20 pond. Deze prijs wordt gewonnen door de houder van het nommer (dit is te zeggen van de koper van het nommer) dat overeenkomt met het aantal mijlen, dat de boot op de volgende dag aflegt. Ik ben er mee tevreden als mijn nommer voor een goede prijs verkocht wort. Heden had ik een nommer samen met H., dat 11 shilling opbracht. Tot nu toe heb ik een kleinigheid verloren bij elkaar, maar ga er toch mee door omdat de kans om wat te verdienen nogal tamelijk groot is.

Woensdag, gister, was de aanvang van de races. Elk een die er aan mede wilde doen, moest ½ sh. Voor die race betalen of als men aan alle mede wilde doen, dan ineens 5 sh. Ik deed nergens aan mede, omdat ik in sport toch niet tegen de Engelsen opgewassen ben. De eerste race bestond in het hartlopen van 100 yards. De tweede race was “Are you there” dan werden de 2 tegenstanders geblinddoekt en languit op de grond gelegd, terwijl ze elkaar de hand gaven; in de andere hand hadden ze een stok. Nu was het zaak om elkaar geblinddoekt te raken. Die het meeste geraakt had was de winnaar. De 3e race was egg en spoon voor dames. Nog verscheidene races werden er meer gedaan, verspringen, hoogspringen, hanengevecht d.i. dat ze helemaal gebonden zijn, zodat men zich niet meer verroeren kan in een zittende houding. De 2 tegenstanders worden in een kring gezet en zoveel mogelijk als ze nog kunnen met de voeten, moeten ze zien elkander uit de cirkel te trappen.

Al die dingen zijn heel aardig om te zien, doch niet om mede te doen. Die Engelschen spannen zich zo vreselijk in om de prijs te winnen, dat ik o.m. een zag met beide benen geheel opengetrapt. Een ander, een prijswinnaar had zich op een zodanige wijze ingespannen, dat hij na het spel geheel en al van zijn stokje viel en met veel moeite door de dokter bijgemaakt werd.

Gisteravond was de 2e kl. geïnviteerd bij de 1ste, er zou een café-concert gegeven worden. Er is hier op de boot een café-chantant, dat het geluk in Z.Afr. Republiek beproeven wil.

De directeur ervan en zijn dochter zijn 1e kl. passagiers. De overige artiesten 2e kl. passagiers. Dit clubje is nu gisteravond opgetreden. Het was bijzonder mooi, zo mooi als ik het nog nooit in Amsterdam gezien heb, wat kleding, manieren, en zang betreft.

Volgens de kapitein hopen we a.s. dinsdagmorgen circa 6 uur te Kaapstad te arriveren en zal ik toch blijde zijn naar het einddoel, hoe gezellig het ook nu is. Men verlangt te weten de nieuwe levenswijze en werkkring. Ik ben gelukkig gister Zaterdag 16 Jan. gaan verdienen en ik hoop nu maar dat ik wat goeds zal kunnen overhouden om het U te zenden. Hier aan boord en trouwens overal ben ik zeer zuinig geweest.

Als U nagaat dat ik van Amsterdam ben weggegaan met ongeveer 2 ½ pond en nog bijna 1 pond over heb. Hier moeten nog de fooien af, maar in ieder geval ziet u toch dat ik niet veel uitgegeven heb. De reis in Londen moest ik ook van dat geld betalen.

Ik hoop dat U tante H. dat ik haar schuldig was betaald zult hebben en zorg nu maar in elk geval dat U enige tijd doorheen scharrelt, dan komt alles nog heel goed terecht en zijn jelui maar allen heel vrolijk, met verdriet geeft toch niets meer. Men krijgt er geen cent meer of minder om.

Zaterdagavond 16 January

Gister is het weer een beetje gaan draaien. Het prachtige weer dat we gedurende het grootste gedeelte van de reis gehad hebben heeft plaats gemaakt voor een enigszins stormachtig weder, vergezeld met echte Z.Afr. regenbuien. De zee was dan ook lang niet kalm en ging het schip weer op en neer. Zeer veel luidjes waren gister dan ook weer zeeziek, hetgeen je het best ’s middags aan tafel zien kunt. Ik begon mij ook wat draaierig te voelen maar heb doorgezet, waarna ik weer beter geworden ben. De dag van gister leverde niet veel byzonders op. Nu langzamerhand begint het tamelijk vervelend te worden. De lust voor de spelen begint te verminderen, de races zijn opgehouden enz. Iedereen zoekt zich n zoveel mogelijk te amuseren met lezen in zijn stoel op het dek, met kaartspelen of iets dergelijks, doch de meesten vervelen zich nu, waaronder ook ik behoor en wij zullen blijde zijn land te zien.

Vanmorgen om 6 uur zoals gewoonlijk, werden we gewekt. Ik had die steward wel een pats willen geven. Ik was juist aan het dromen geweest en dat op het loterijbriefje dat ik enige tijd voor mijn vertrek genomen had de F. 50.000 gevallen was. Ik zag Pa in mijn verbeelding zich de handen in elkaar wrijven en Moeder lachte, ja ja ik was helemaal in min schik en toen kwam die vent mij wekken.

Zondagochtend 11 uur

Zoo juist is er klokkengelui om de luitjes ter kerke te roepen, die eens in de week Zondag gehouden wordt.

Gisteravond was de prijsuitreiking voor de winners van de races. Hiertoe was het dek aan de zeezijde helemaal dicht gemaakt en daaroverheen vlaggen. Aan de ene zijde van het dek was een toneel gemaakt en er waren op het dek allemaal stoelen en banken geplaatst. Het leek een gewone concertzaal. Nu werd er gespeeld en gezongen door de stewards, die alle hunne gezichten geverfd hadden als negers en op z’n negers gekleed waren. In de pauze deelde de kapitein met een oude 1ste klasse dame de prijzen uit, die voor de heren in geld, voor de dames uit snuisterijen bestonden.

Vandaag is het tamelijk vervelend hier, daar de Engelsen op zondag niets doen, niet spelen of niets.

Waarschijnlijk laat ik mij morgen vaccineren, daar er aangeplakt staat dat het schip in quarantaine moet liggen tenzij ieder onlangs gevaccineerd is. Ook staat aangeplakt, dat de dokter ieder, die zulks wenst zal vaccineren. In elk geval kan het geen kwaad het te laten doen.

Nabij Cape town

top. Maandagmiddag 18 January half 4

We zijn in de nabijheid van Capetown. We hopen vannacht 1 uur te arriveren, doch komen niet voor het aanbreken van de dag in de haven. Vanavond gaan we zeer vroeg naar bed en staan om ongeveer 1 uur op om te zien of we iets van Capetown kunnen waarnemen. Dat zal misschien wel gaan daar we de laatste dagen lichte maan gehad hebben. Ik heb zoeven de postzeegels voor de brieven gehaald, die ik U morgen uit Kaapstad verzend. De menu’s en alles wat ik veronderstel dat U gaarne zult willen zien, zal ik als drukwerk verzenden.

In de hoop U dezen in blakende welstand zult ontvangen, blijf ik na vele groeten en na U allen in gedachten flink omhelsd te