Deze brief werd na de oorlog meegenomen door Henri G. de Vries, een neef van Lies van der Lijn die Bergen-Belsen overleefd had:
Maandagavond 28-8-1944.
M’n lieve Lies,
Eindelijk begin ik aan een brief aan jou. Hij zal je zoals de stand van zaken nu is pas na afloop van den oorlog kunnen bereiken. Laten we hopen dat ikzelf hem dan zal kunnen meenemen. Mocht het lot het anders willen dan zijn het toch anderen. In de eerste plaats denk ik aan Joop[1]. Want die zal er zeker doorkomen. Zoals ik haar na onderduiken, Westerbork en ½ jaar Bergen-B physiek en psychisch heb aangetroffen maakt zij een uitstekende kans om dit alles te overleven. Beter dan ikzelf, hoewel ik deze toch ook zeer redelijk acht.
Ik herinner mij niet precies meer alles wat ik je die zondag avond voor mijn vertrek uit Westerbork heb geschreven. Maar wat je er ongetwijfeld nog in had gehoord, dat zijn enkele woorden van bewondering voor je houding gedurende de laatste 15 maanden. Voor jou moet deze tijd zonder de kinderen toch nog wel moeilijker zijn geweest dan voor mij, vooral ook omdat ik gepakt was. De tijd hier is zeer beperkt. Misschien kan ik morgenavond weer doorgaan.
Zaterdag 30-9-1944 (op Henri’s bed) 12.15
Over ruim een kwartier is het weer aantreden voor het werk, maar ik wil dezen korten tijd benutten omdat ik practisch niet aan schrijven toekom. Je vrije tijd is hier n.l. zeer beperkt, maar daarover een andere keer. Ik ben u twee maanden hier. In dien tijd ben ik éénmaal ziek geweest. Buikloop, de meest hier voorkomende ziekte, bijna endemisch. Als je het goed hebt, zoals ik, goed naar! Ontlasting als water, geen eetlust, gezwollen gevoel. Ook nadien had ik nog eens buikloop zonder ziek te zijn. De laatste 14 dagen is alles nu weer normaal en je voelt je dan een ander mensch. Juist gedurende de ziekte, maar ook later wel, merkte ik hoe sterk ik je geestelijk noodig had en werd ik mij bewust, dat ofschoon ik mijn wil misschien meer wist door te drijven, jij geestelijk de sterkste bent. Herinner je je nog van vroeger? Leidster en geleide? Het was toen slecht uitgedrukt maar zat toch iets juist in. Ik ben blij dat jij en de kinderen in Holland zijn gebleven (misschien alle 3 al vrij?), maar ik mis je soms toch wel heel erg. Joop is buitengewoon lief voor mij, zorgt voor mij zoals jij het zou doen, maar is nu eenmaal niet gelijk aan jou. In vele opzichten precies dezelfde gebleven (Ik moet er netjes uitzien, kleine roddeltjes, enz.)
Zondagmiddag 1-10-1944 5 uur
Wij zijn vanmiddag vrij, wat lang niet altijd het geval is. Ik heb geslapen, mij gewasschen en geschoren en ga nu weer door. Ik heb tot nu toe 3 pakjes hier ontvangen alle dezelfde inhoud, toast suiker vet sanvite havermout op 18/8 25/8 (18/8 verstuurd) en 3/9 (29/8 verstuurd). Ik heb den indruk, dat dit alles is wat jullie hebben gezonden tenzij er nog een later pakje was, wat niet is aangekomen. Was er erg blij mee, ook als levensteken, dankzij het eigenhandig schrift. De laatste 2 pakjes heb ik gereserveerd voor nog schralere tijden.
Ik denk natuurlijk veel aan de toekomst en herstel van wat naar ik hoop tijdelijk verloren is gegaan. Opmerkelijk is, dat in dat toekomstbeeld onbewust de gedacht domineert aan echt verzorgd en verwend te worden met veel en lekker eten. Dit toekomstideaal beheerscht veel sterker de gedachten dan b.v. dat van weer met ons vieren bijeen te zijn in eigen huis. Het is natuurlijk zeer verklaarbaar. Ofschoon wat wij krijgen qualitatief uitstekend is, is het onvoldoende. Zodoende loopt 75% van de gesprekken over eten, ook b.v. wat men vroeger gegeten heeft.
Maandag 3/9 4 uur in bed
Heb een dag “ziekteverlof”. Morgen zal ik wel weer aan het werk moeten. Ik hervat de draad. Dat denken aan het vroeger gegetene geeft een ik zou bijna zeggen – “wellustig” genot. Ik schaam mij niet te bekennen, dat ik mij er ook aan schuldig maak.
Vandaag is van hier een transport van 120 menschen naar het “Arbeitslager” overgegaan. Vervallen Callmeyers en Dubbele Nationaliteiten. Alles gaat hier in dit opzicht zijn gewone gang, ten deele met Deutsche autoriteiten, die deze aangelegenheden vroeger in Westerbork regelden. De vraag is nu: Zullen nog meer van deze transporten volgen en waarheen? Auschwitz lijkt mij niet meer waarschijnlijk. Wij zullen zien.
Hier enkele namen van menschen die finantieel iets voor je zullen kunnen doen. Diephuis, Van der Valk (Vlaardingen), De Jong (Zandvoort). Verder de vroeger klanten van mijn vader: Albers Goudsbloemstr. A’dam, van Amsterdam/Westerstraat Amsterdam, Hemelaar Curacaostr. 99 A’dam, Genet p/a V.A.K., elk 1000.-
Verder moet je informeren naar herstel van de 3 levensverzekeringpolissen bij Nationale Nillmij N.O.G.
Ik heb de laatste foto van Eefje. Misschien nu jammer. Zij had zoo noodig een herkenningsmiddel kunnen vormen. De foto is gemaakt bij Smeets, Meersemerweg 267 Maastricht.
Je wordt hier zeer hard en egoistisch. Vroeger ben ik toch geloof ik nooit zo geweest. Je staat moeilijk iets af en bent weinig geneigd tot hulpvaardigheid. Telkens betrap je jezelf weer. Hier wordt alles verruild met als rekeneenheid 1 dagrantsoen brood (360 gram). In Westerbork rekende men nog in geld. B.v. 1 rantsoen brood 5 à 6 cigaretten 3×25 gram boter, 5 lepels suiker…..lepels havermout enz. Voorts kleeren. Ik heb een overall geruild tegen 28 cigaretten die ik uit Westerbork had meegebracht.
De officieele rantsoenen zijn hier zeker niet kleiner dan in Westerbork, maar daar kreeg je zooveel extra doordat er menschen waren die door hun pakjes van het kampeten overhielden. Hier krijg je ’s middags 1 Liter middageten (uitstekend van smaak maar weinig voedzaam) doordat het meer soep is dan vast eten b.v kool… kurkus (sierkalebas) … kool met wat aardappelen 4x ’s avonds ¾ liter pap of aardappelsoep voorts per week 3×25 gr margarine. ¾ l zuurkool (rauw) 2 eetlepels jam 1 stukje kaas of wat quark. Verder ’s ochtends koffie. Werktijd van 6 tot 6 met een klein uur tusschen den middag. Veel vrije tijd blijft er dus niet. Alleen Zondag soms ’s middags vrij doch lang niet altijd.
Maandag 16 October 9.15
Ik ben vandaag bezig aan de 8ste dag van mijn ziekteverlof. Ben in dien tijd heerlijk uitgerust want ik was wel zeer vermoeid geraakt, ook door de buikloop waar ik ook later veel mee te kampen heb gehad. Ook morgen nog vrij. Misschien dat ik daarna nog verlenging krijg.
Ik ben er in deze rustperiode weer wat beter gaan uitzien. Alleen erg hongerig (Je hongert zonder te verhongeren). Ik zit nu in de eetzaal van de barak heerlijk rustig te schrijven. Vandaag wordt Broertje 2 jaar. 1 ½ maand geleden had ik nog hoop er bij te zijn. Nu heb ik nauwelijks eenige hoop op Eefje’s verjaardag[2]. Je bent hier afhankelijk van geruchten en de indruk is dat wij de laatste weken weinig zijn opgeschoten. Dat maakt down. Bovendien komen daarbij allerlei verhalen over gevechtshandelingen in Holland, waardoor ik mij ongerust maak over jullie.
Aan Vader[3], Moeder[4], Leo[5] c.s. denk ik wel, maar toch weinig intensief. Voor hen moet het toch ook moeilijk zijn.
Het werk hier is zwaarder dan in Westerbork, zandkruien of dragen, spoorwagons lossen, hout voor barakkenbouw dragen. Erger nog dan de lichamelijke inspanning is het vervelende en geestdodende (hoe komt de ochtend, hoe komt de middag om). Er zijn wel een aantal aantrekkelijke baantjes maar daar is moeilijk aan te komen. Misschien nu als ik weer aan het werk ga.
Ik vraag me af hoe je je financieel redt op het ogenblik. Toch zonde dat het met mij
[brief eindigt hier plotseling; rest verloren?? Of nooit afgemaakt?}
En ook een kaartje naar Zwitserland


[1] Jopie Sanders-Hijmans, zuster van oma Lies – overleden Bergen Belsen 31-3-1945
[2] 16 dec
[3] vermoord 2-7-1943 Sobibor
[4] idem
[5] overleden ca 8-2-1944 Auschwitz