Brief Frits

G.J.Hijmans – Marseille – 50 rue Edmon[d Ro]stand

Amsterdam 30 mei ‘45

Lieve vader en moeder, Voordat ik nu de terugreis weer ga aanvaarden, zal ik eerst uitvoerig schrijven van mijn reis. Ik heb dit niet eerder gedaan daar ik van plan was eerder weg te gaan, maar ik heb het nog een paar dagen uitgesteld omdat ik nog allerlei te doen had en ik wilde afmaken, niet wetende, wanneer ik weer kan komen. Van Lies hoorde ik, dat zij jullie al geschreven had, zoodat daarover de onzekerheid voor U al gauw over was. Na maandagmorgen bij U weggegaan te zijn, ben ik nog den zelfden dag, ’s middags om 4 uur in Groningen aangekomen, waar ik bezocht heb wie ik opzoeken moest.

Dinsdag nog met een officier naar Ommen en van daar naar Twente. Ik heb daar onmiddellijk het adres van Hansje te weten kunnen komen en ben direct doorgestoomd naar Nijverdal waar ik ‘s avonds tegen 9 uur aankwam. Ik ben hem toen onmiddellijk gaan opzoeken en werd eerst door de oudste zoon en dochter, later door de ouders, allerhartelijkst ontvangen. Eerst heb ik hem slapende gezien en de volgende morgen wakker. Hij sliep in de kamer van de M. en Mevrouw. Hij is bij Mr. A. Ponsteen. Hoofd Chr. School Nijverdal. Iedereen is gek met hem, vooral ook de jongelui met hun kleine broertje. Hij ziet er prachtig uit, zelfde gezichtje behouden, maar niet zoo een klein-kinderbuikje meer. Hij praat prima met een echt Twentsche tongval. Hij speelt met de kinderen van school of met de Canadezen, die hem ook volstoppen met chocolade, zuurtjes enz. Zijn pleegouders zijn buitengewoon aardige, lieve menschen, en het kind is gelukkig, weet niet beter of hij is bij zijn vake en moeke. Hij heeft daar een opa en oma ook en als u er nu eens komen, zal hij een 2e paar grootouders hebben. Bij die menschen mag hij zoolang blijven als wenselijk is, zij hopen hem eens aan zijn moeder terug te kunnen geven, maar hij behoeft voor hen nooit weg, zij zijn gek met hem.

Van Joop is helaas geen nieuws, zij werd gepakt in het huis waar zij ondergedoken was in Almelo. Zij is in Westerbork geweest, nog gelijktijdig met Julie van Zuiden en Henri en Willy en zijn later allemaal doorgezonden. In Westerbork is zij heel lang geweest door speciale toedoen, en prima verzorgd met pakketten, uitrusting enz. en er is alles gedaan om haar te helpen, te lang om hier uitvoerig te schrijven. Maar dat doet er ook niet toe, dat hoort U later wel van Lies en verandert aan de zaak nu ook niets. Nu maar hopen, dat zij nog goed terugkomt, maar helaas is de kans zeer klein, er komen weinig terug.

Met Manu is hetzelfde gebeurd, maar niet in een huis, hij was op reis. Hij ook was in Westerbork en is zeer laat, één van de laatste transporten, doorgestuurd naar Celle. Ja het zijn beroerde berichten, maar het leven gaat voort en wij moeten verder.

Joostje en Eefje zijn best, dus alle 3 de kinderen en daar mogen we dankbaar voor zijn. Lies is tenminste reuze flink en ziet alles onder de oogen – Ik heb Joostje bezocht, hij heet Eddie, waar hij is. Een prachtige jongen, een “dikbuikje”, zooals Hansje was toen ik hem vroeger gezien heb. Hij heeft blonde krullen en is thuis bij Mr G.J.Koene – Wandelweg 36 – Wormerveer. Ik was zondag bij hem en ook best ontvangen. Zelfde soort gezin als in Nijverdal. 2 groote zoons van 18 en 22 jaar en iedereen is gek met hem. Lies is er ook al verscheidene malen geweest en hij mag er ook zoo lang blijven als Lies wil. En hij is er best, het zijn zeer goed gesitueerde menschen, hebben een heerenmodezaak met kleermakerij. Maar ook reuze aardige familie.

Nu ga ik van hier terug naar Brussel over Maastricht – Eijsden, want daar zit Eefje en die ga ik ook bezoeken en verslag uitbrengen aan Lies. Lies heeft ook bericht gehad dat zij daar is in goede welstand, maar ik ga ook eens poolshoogte nemen. Zij is bij Mr. Harden [moet zijn Hardy] – slager Eijsden (Limburg).

Lies heb ik ook al eenige malen gezien en zij ziet er goed uit. Niet erg dik, maar ook niet mager. Zij heeft waar zij is altijd voldoende gegeten. Het is alleen erg ver uit de stad en daar er geen trams rijden, moet je erheen loopen of met de fiets naartoe. Lies heeft zelf al geschreven, 2 of 3 maal en zij zoekt hier een huis te krijgen waar jullie dan samen kunnen wonen. Maar dat gaat niet zoo gemakkelijk, er is geen huis te krijgen, maar het zal toch een of andere dag wel gelukken. Maar Lies zal U zeker zoo gauw mogelijk berichten wanneer U komen kunt, en dan moet u nog het verlof krijgen om hierheen te reizen.  Maar kom niet eerder niet te gauw, want het is nog erg moeilijk om hier u voedsel te krijgen. Ik ben hier nu een week bij Mr en Mevr Berlijn, waar ik als kind in huis ontvangen ben. Fernande had hier ook altijd zooveel vriendschap en zij maken het beiden goed. Mijnheer is hier altijd in zijn eigen huis verborgen geweest. Verder heb ik juffr. Sterenberg[1], juf1 en haar man en kinderen, Jetty en Karel van Dam[2], Jimmy[3] en zijn vrouw gesproken. Maar Mr Berlijn heeft al zijn kinderen weg, 3 en nog niemand terug.

Het is hier in Amsterdam dan al veel beter dan het was wat betreft eten, maar er is nog geen elektriciteit en het is een groote moeilijkheid om te kunnen koken. Het is ook bedroevend zoo weinig Joden te zien, er zijn er maar enkelen, helaas de meeste menschen zijn weg en zullen niet terugkomen.

Het huis, de zaakHet huis[4] is leeg, alleen veel rotzooi erin, behalve de 2e etage van Vetag. Van Vetag heb ik Mr Fens gesproken, M Oosterbaan is opgepakt, was NSBer. Vetag zei mij betaald te hebben aan “Everout” tot eind April maar ik was bij hem thuis en hij heeft mij de kwitantie niet laten zien. U hebt nu dus al 2 maanden huur te ontvangen. Fens wil de 1e etage van het huis ook huren, maar daar zou ik even mee wachten, de kat uit de boom kijken, want misschien wordt hij ook nog aan de tand gevoeld als compagnon van een NSBer.

U moet groeten hebben van ter Wee, van Riel, Mevr Verkruijsen, alles wat opgeborgen is staat ter jullie beschikking. M & Mevr Berlijn wonen Bronkhorststraat 38 huis en wanneer U naar A’dam hopen ze jullie ook te zien. Zij zeggen mij te schrijven dat U bij hen te allen tijde kunt komen logeeren, slapen, eten en drinken. U behoeft u niet te geneeren, het is zeker echt gemeend. Ik heb een van de costuums van Juf meegenomen en zal dat in Frankrijk laten maken. De voering was voor één pak, ik dacht dat er voor 2 was, maar ik heb het bij de coupeur van Dick laten zien, maar er is maar juist genoeg. Juffrouw Sterenberg heeft ook nog papieren van U, maar de belangrijkste schijnt te hebben een van de collega’s van Manu waar Lies wel mede in verbinding zal komen.

Ik heb Rozet en Louis[5] ontmoet, ze hebben veel doorgestaan, maar maken het nu weer goed. Waren reusachtig blij goed nieuws van jullie te vernemen en als jullie hier komt, hebben jullie ten minste nog enige familie van Uw leeftijd.

Nu lieve vader en moeder, tracht goeden moed te houden en ofschoon ik begrijp Uw verlangen om naar A’dam te komen, doe het niet overhaast zonder met Lies overeengekomen te zijn, want het is hier nog heel moeilijk voor Alles. Vooral ook dat er geen trams gaan en je alles moet loopen als je geen fiets hebt. Maar nu zal de postverbinding binnenkort hier hersteld zijn en waarschijnlijk ook weer gaan met Marseille en dan zullen we elkaar weer geregeld kunnen schrijven.

Nogmaals in gedachte gekust,

Frits


[1] Juffr. Sterenberg – medewerkster(secretaresse?) Hijmans & Bergmann

[2] Vrienden Fernande

[3] Jimmy Colasso Osorio – jeugdvriend van Frits

[4] Singel 186 Amsterdam – Hier was het kantoor van de zaak Hijmans & Bergmann (rubber-produkten)

[5] Rosette en Louis de Levie – Kalker; Rosette (x 25-1-1954; 73) was een nichtje van opa Hijmans, dochter van Johanna Bendien (1844-1929), de zus van overgrootmoeder Eva Bendien